Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pastoor.

Pastoor betekenis

een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt

Voorbeeldzinnen (20)

In het stripalbum Het geheim van de Pastoor wordt onthuld dat hij geen echte pastoor is, maar per ongeluk voor de pastoor werd aangezien toen hij uit de trein stapte waar de pastoor van Tollembeek in 1958 zou uitstappen.

Foto's pastoor Schilder opgehangen in Tilburg - Katholiek Nieuwsblad Foto's pastoor Schilder opgehangen in Tilburg Onbekenden hebben in Tilburg foto's van pastoor Harm Schilder opgehangen.

Begin november bereikten de club en Pastoor een afwikkeling van het contract, waarbij AZ alle beschuldigingen aan het adres van Pastoor terugnam en Pastoor zijn volledige contract als genoegdoening uitbetaald kreeg.

Na pastoor Remmen kwam pastoor Leendert Spijkers en vervolgens pastoor Pieter Scheepers de Vinkelse parochie leiden.

Pastoor Ray is vast niet trots op me... maar pastoor Ray heeft geen landhuis.

De pastoor werd op een draagstoel vervoerd in een stoet en zo naar het woonzorgcentrum gebracht, waar taart voor alle bewoners geserveerd werd en de pastoor vereeuwigd werd met een karikatuur.

Er komt geen tweede uitrit van woningen in de omgeving van de Pastoor Copstraat en Pastoor Stepmanlaan in de richting van de Vossekotstraat.

Broer van mij was vroeger misdienaar (disclaimer: niet misbruikt want pastoor had al 30 jaar relatie met zijn schoonmaakster) en moest voor de zaterdagavonddienst standaard de pastoor katjelam uit de kroeg tegenover de kerk halen waar hij zat te kaarten.

Ondanks de coronacrisis blijft pastoor André Stuyck elke dag de mis voorgaan in de Sint-Leonarduskerk in Aartselaar waar hij al 43 jaar de pastoor is.

Als pastoor kreeg hij dan de titel 'directeur' en het duurde tot 1872 voordat de feitelijke situatie gehonoreerd werd en kapelaan H. van Nispen ook officieel de eerste man werd; zijn pastoor trad toen terug.

De bisschop vernietigde, op vraag van de pastoor, de herverkiezing van deze drie leden, waarna medestanders van pastoor Van Herzele werden aangesteld als nieuwe raadsleden.

De pastoor beging in 1959 opnieuw een zedenmisdrijf, waarop hij de pastoor overplaatste naar een Gasthuis in Halsteren.

Hij draagt de kreupele pastoor naar zijn veld en als ze van Katerliesje schrikken, rent de pastoor nog harder op zijn kreupele voet dan de man met zijn gezonde benen.

Op 27 september 1910 werd de eerste steen gelegd door bouwpastoor Bonenkamp en pastoor Reuvekamp (de pastoor van de Martinusparochie in Didam).

Verder zijn bepaalde 'tijdsgebonden' grapjes vervangen; Eukemeentje, de kat van de dominee, is in de film bijvoorbeeld 'mevrouw pastoor', de kat van meneer pastoor.

Daarvoor mocht het overigens niet alleen Alex Pastoor, maar ook de pastoor in de Laurenskerk van Rotterdam erg dankbaar zijn.

De nieuwe zone 30 wordt begrensd door de VIIde Olympiadelaan, Boomsesteenweg, Berkenrijslaan, Pastoor Bauwenslaan, Letterkundestraat (tussen Pastoor Bauwenslaan en Smedenstraat) en de Schijfwerpersstraat.

Belgische agenten hebben vrijdag een pastoor opgepakt vanwege mogelijke betrokkenheid bij de dood van een andere pastoor.

De pastoor verdient een tweede kans vindt pastoor Norbert van der Sluis van Sint Anthonis.

Grubben geïnstalleerd als pastoor Een vendelgroet voor pastoor Jacques Grubben.