Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pendelden.

Pendelden

Voorbeeldzinnen (13)

Vroeger pendelden ze gewoon tussen de keuken en de slaapkamer.

De ambtenaren pendelden vanaf dan tussen Brussel en Luxemburg.

In de jaren 90 pendelden ze tussen de Landesliga en de Verbandsliga, waarna de club in het begin van de nieuwe eeuw langere tijd doorbracht in de Bezirksliga.

In het paasweekend van 1987 pendelden er daarom trek-duwtreinen, bestaande uit twee diesellocs, aangepaste rijtuigen Plan E en een energiewagen.

Tussen de stations Glória en Praça Onze pendelden de metrotreinen heen en weer, onder het zakendistrict van de stad door.

De inwoners pendelden voortaan naar grotere steden of trokken helemaal weg.

De Rotterdammers, die zestiende werden in de Eredivisie, pendelden de laatste jaren vaak heen en weer tussen het eerste en tweede niveau.

EU-diplomaten pendelden acht maanden lang tussen de zestien partijen verenigd in het Verbond en het regeringsblok, dat wordt aangevoerd door Déby's Beweging voor Patrottische Redding (MPS).

De schepen pendelden tussen Saba, Sint-Eustatius en Sint-Maarten om hulpgoederen, marinepersoneel en mensen die familie wilden zien te vervoeren.

Ze pendelden dagelijks op en neer naar De Ark en een jaar later naar de naburige Herman Brandtstraat, waar in het ’sigarenfabriekje’ les werd gegeven.

Tussen de werkplaats en De Uithof pendelden drie museumtrams.

In de tweede helft van de 20e eeuw pendelden vele inwoners naar bedrijven in de wijde omgeving, terwijl ook het toerisme opkwam als bron van inkomsten.

Twee treinen reden als stoptrein vanuit Amsterdam, de andere twee pendelden tussen Utrecht en Hilversum en sloegen hierbij Hollandsche Rading over.