Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pentaceratops.
Pentaceratops
Voorbeeldzinnen (18)
Fylogenie Een stamboom die de positie van Pentaceratops toont Pentaceratops werd door Osborn in de Ceratopia geplaatst.
Dat is korter dan bij Agujaceratops of Pentaceratops waar ze viermaal zo lang zijn maar langer dan bij Chasmosaurus wiens wenkbrauwhoorns hoogsten tweemaal de basisbreedte hebben.
De spitse snuit van Pentaceratops droeg een hoornsnavel.
Het epijugale is groot en robuust maar niet langwerpig, anders dan bij Pentaceratops.
Naar achteren is er een dunne tak naar het quadratojugale, net als bij Aguajaceratops en Pentaceratops maar anders dan bij Chasmosaurus.
Van een exemplaar in de verzameling van de University of New Mexico, specimen UNM FKK-081 dat voor een vrouwtje werd aangezien, is later vastgesteld dat het niet om Pentaceratops ging.
Omdat in dezelfde lagen de ceratopide Pentaceratops gevonden was, werd het exemplaar daaraan toegewezen.
De eerste fossielen van Pentaceratops werden in 1921 gevonden.
Die meende aan de hand van enkele typische kenmerken al meteen te kunnen zien dat het inderdaad om een individu van Pentaceratops ging, zij het dat hij de schedellengte wat korter inschatte op 2,9 meter.
In 1930 benoemde Wiman op basis hiervan een tweede soort: Pentaceratops fenestratus.
Volgens een studie van David Krauss e.a. uit 2010 waren de wenkbrauwhoorns van Pentaceratops zo gebogen dat ze bij een stootgevecht in elkaar verstrengeld rakend met de punten alleen de niet zo vitale squamosa zouden raken.
Volgens G.S. Paul liep de bovenrand van de nek vrijwel horizontaal Schedel De snuit van Pentaceratops is, zoals bij veel, meer basale, chasmosaurinen, tamelijk laag en matig smal en draagt een bovensnavel.
Bij Pentaceratops is dit epijugale zo lang dat het aanleiding gaf tot de naam "vijfhoorngezicht"; ook bij Anchiceratops is deze wanghoorn aanzienlijk.
Het onderste slaapvenster is vermoedelijk kleiner dan de oogkas, net als bij Chasmosaurus en Pentaceratops.
Is OMNH 10165 een oud exemplaar van Pentaceratops of een eigen taxon Titanoceratops?
Levenswijze Het leefgebied van Pentaceratops bestond uit tamelijk natte kustvlakten, doorsneden door rivieren en bezaaid met moerassen en bossen.
Pentaceratops is vernoemd naar zijn lange wanghoorn De oogkas zelf is typisch hoog gelegen, niet al te groot en afgerond.
Zijn benoeming zou het geslacht Pentaceratops dus parafyletisch maken, een algemeen als ongewenst geziene situatie.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl