Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pianospelen.
Pianospelen betekenis
muziek maken met een piano
Voorbeeldzinnen (20)
Hij kan beter pianospelen dan ik.
Kan je pianospelen?
"Ga je morgen pianospelen?" "Neen, dat doe ik niet."
Hij kan pianospelen.
Kan hij pianospelen?
Ik wil niet dat je ophoudt met pianospelen.
Tom hoorde Maria pianospelen.
Ik leer pianospelen.
Ik hoor haar vaak pianospelen.
Ik kan pianospelen.
Je kunt niet pianospelen met een half brein.
Joost De Bruyne was een uitstekende schilder en ontwierp platenhoezen voor jullie vader, Koen De Bruyne hoor je pianospelen op onder meer ‘Amsterdam’.
Van mijn dertiende al. Ik had mezelf leren pianospelen en mijn papa heeft mij via-via aan een job geholpen in de pianobar van Marc Dex, waar ik elke zondag artiesten moest begeleiden op piano.
Zo bleven veel mensen langer pianospelen dan tien minuten per keer.
Hij leerde zichzelf op negenjarige leeftijd pianospelen en trad op zijn veertiende voor het eerst in het openbaar op.
Lewis leerde zichzelf op negenjarige leeftijd pianospelen en trad op zijn veertiende voor het eerst in het openbaar op.
Lisette, als je dit leest: je verdient dit want je kan zeer zeker prachtig pianospelen en je doorzettingsvermogen is bewonderenswaardig.
Voorlopig moet Nys nog even van de fiets blijven, maar pianospelen blijkt ondertussen al wel te lukken.
Ze benadrukt dat ze liever ziet dat haar zoon zijn jeugd weer terugkrijgt en hij zich weer focust op bezigheden waar hij zich voor de oorlog mee vermaakte, zoals dansen en pianospelen.
Ze hebben hun krachten gebundeld door hun passies te verbinden: yoga en pianospelen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl