Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Plaagt.

Plaagt

Voorbeeldzinnen (20)

Men plaagt wie men liefheeft.

Hij plaagt me altijd met zijn zeegeluiden zet de riviergoden tegen me op en voert oorlog tegen mij.

Hou ermee op, je plaagt me.

Schreef het boek toen ik 22 was, het werd een bestseller, en nu hangt het rond mijn nek, en plaagt het met mijn succes.

BMW M plaagt door een teaser van de hete station te delen.

Het enige minpuntje aan ‘Trinity Fusion’ is het oud zeer dat elke roguelike plaagt: na een tijdje heb je het wel gezien en begint het allemaal wat repetitief te worden.

Hij plaagt me nog evenveel als vroeger en omarmt mijn gekke kantjes even liefdevol.

Ik bestel bij de Chinees altijd nasi goreng via het nummertje vanwege een ongemakkelijk gevoel dat mij plaagt in de NRC hersenkwab.

Köse plaagt de 32-jarige politicus soms.

Waarop zij hem plaagt dat hij dan een onderbroek wordt.

Audi plaagt al met een vierde Sphere Concept, de Activesphere.

Die onzekerheid plaagt veel Nederlanders tijdens de corona-epidemie.

Zeeland wil voor 2030 serieus werk maken van getijdenenergie, maar tegenslag plaagt de technologie.

De gestrafte zoekt een uitweg voor zijn woede: hij gooit met een theekopje, hij plaagt het eekhoorntje in zijn kooi, en trekt de kat aan zijn staart.

De kabouter laat de poes in de voorraadkast snoepen, hij verstopt kleding van de schoolmeester en plaagt de waakhond.

De page plaagt de voedster met haar leeftijd.

Hierdoor kent Cessange nauwelijks de verkeersdrukte die de andere stadsdelen van Luxemburg plaagt.

Karagiozis plaagt hem vaak.

Wanneer Nemorino dan van het 'elixer' drinkt, voelt hij direct de effecten en vol goede moed treft hij Adina, ook al plaagt zij hem meedogenloos.

Wanneer ze de waarheid leert, plaagt ze Coppélius door te doen alsof zij Coppélia is.