Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Planteneters.

Planteneters

Planteneters | Planteneter

Voorbeeldzinnen (20)

Daarnaast kunnen planten in reactie op planteneters ook stofjes produceren die de vijand van die planteneters aantrekt.

Mammoeten waren planteneters.

Olifanten zijn planteneters.

De verhoogde concentratie van fenolische verbindingen zorgt er daarnaast voor dat plantenweefsel moeilijker te verteren is voor planteneters, wat het nog lastiger maakt voor herbivoren om te overleven en hun plek in het ecosysteem te behouden.

Olifanten zijn planteneters, dat weten de meeste mensen wel.

Ook willen wetenschappers weten of planteneters andere eiwitten hebben dan vleeseters.

Ook willen ze weten of bijvoorbeeld planteneters andere enzymen hebben dan vleeseters.

Zouden die planteneters weten wat dat inhoudt?

De twee totaal verschillende organismen leven in symbiose: de boom biedt de mieren voedsel en een woonplaats en in ruil daarvoor beschermen de mieren de bomen – of nauwkeuriger gezegd: de bladeren daarvan – tegen planteneters.

Een zilverrug doet niemand kwaad, gorilla's horen tot de vredelievendste dieren, het zijn planteneters en, als ze hun buikje rond hebben gegeten, doen ze niets liever dan relaxen alsof het altijd zondagochtend is.

Er waren gigantisch grote planteneters met lange nekken zoals de diplodocus en enorme vleeseters als de Tyrannosaurus rex.

Dit betekent dat sommige planteneters mogelijk toch gedwongen werden ander voedsel te proberen.

Megaherbivoren, zoals olifanten en neushoorns, zijn planteneters die meer dan een ton wegen.

Dat de planteneters in de periode erna ook evolueerden tot ware giganten is eveneens naar de klimaatverandering en de verandering in vegetatie te herleiden.

De meeste van deze afdrukken werden gezet door de allosaurus en zaten op de botten van planteneters.

De uitwerpselen van planteneters zijn niet werkelijk welriekend maar een stuk beter te verdragen.

Gewapend met gegevens over de voeding van meer dan 24.500 zoogdieren, vogels en reptielen gingen de onderzoekers op zoek naar het antwoord op een prangende vraag: lopen planteneters, vleeseters, of omnivoren het grootste risico op uitsterven?

Waarom planteneters het kwetsbaarst zijn, weten de onderzoekers niet precies.

Concurrerende planteneters die een makkelijker prooi vormden, zouden daardoor in aantal zijn afgenomen.

Dat zouden dus eerder planteneters geweest zijn met een goed vermogen tot het kraken, afbijten en doorsneden van plantenmateriaal.