Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Plebis.

Plebis

Voorbeeldzinnen (20)

Sinds de 5e eeuw v.Chr. kwamen in het oude Rome de plebejers bijeen in de concilia plebis om, gegroepeerd per tribus (dit is een territoriale eenheid), de tribuni plebis en de aediles plebis te verkiezen, en andere besluiten ( plebiscita ) te nemen.

Hij liet het ambt van tribunus plebis in naam bestaan, maar eigende voor zichzelf het gezag ervan toe Augustus kon zelf niet het ambt van tribunus plebis bekleden omdat hij een patriciër was.

De concilium plebis ging over in de comitia tributa plebis en bleef haar bevoegdheden (het stemmen van plebiscita) behouden.

Sindsdien werden de concilia plebis gewoonlijk comitia tributa plebis genoemd, en vermoedelijk ook door vele patriciërs bijgewoond.

Hij werd vooral bekend als tribunus plebis, die omwille van het doordrukken van zijn lex agraria ter herverdeling van de ager publicus onder de armere Romeinen samen met een deel van zijn aanhangers door zijn senatoriale tegenstanders werd vermoord.

Ook kregen ze eigen wetten (plebiscita) en een eigen vergadering (comitia plebis).

Sulla liet nu (88 v.Chr.) enige wetten (leges Corneliae) opstellen om de senaat als laatste beslissende instantie te installeren en de invloed van de tribuni plebis te beknotten.

De aediles van plebejische afkomst worden de aediles plebis genoemd.

De Godsvredebeweging (Pax Dei) was een campagne van de kerk tegen geweld van vooral de lokale heren tot tota multitudo universae plebis.

Gaius Gracchus en Marcus Fulvius Flaccus waren in het jaar 122 tribunus plebis en wilden het jaar erop worden herkozen.

Gaius Iulius Caesar stelde twee extra aediles plebis aan om toe te zien op de bevoorrading van de stad.

Gaius Licinius Stolo was een Romeinse politicus uit de 4e eeuw v.Chr. Stolo werd in 376 v.Chr. samen met Lucius Sextius Lateranus tot tribunus plebis verkozen.

Hij begon zijn politieke carrière met zijn medewerking aan de ondergang van de tribunus plebis Lucius Appuleius Saturninus in 100 v.Chr. Hij werd tot praetor voor het jaar 94 v.Chr. verkozen, zonder eerst quaestor of aedilis curulis te zijn geweest.

In datzelfde jaar werd ook het ambt van aedilis curulis ingesteld als patricische tegenhanger van de aedilis plebis.

Livius, Ab Urbe condita VIII 28. Vgl. Varro, De lingua Latina VII 105. Livius zegt hierover: novum initium libertatis plebis Romanae ("een nieuw begin voor de vrijheid van het Romeinse plebs").

Met het oog op de verdere ontwikkelingen wilde Tiberius zich opnieuw verkiesbaar stellen als tribunus plebis voor het volgende jaar, wat niet voorzien was bij wet.

Nadat hij in 52 als tribunus plebis het volk had opgeruid tegen Cicero en Milo, werd hij in 50 door de censoren "wegens wangedrag" (?) uit de Senaat geroyeerd: ongetwijfeld zullen politieke motieven daarbij hebben meegespeeld.

De tribunus plebis Gaius Ateius Capito maakte het beide consuls evenwel zeer lastig.

Een woedende volksmenigte bracht daarop de tribunus plebis Gaius Helvius Cinna om, die ze verkeerdelijk aanzagen als Lucius Cornelius Cinna (Plut., Brut. 18, Caes. 68; Suet., Caes. 52, 85, &c.; Val.

Geschiedenis Een nieuw ambt wordt gecreëerd Volgens de overlevering werd het ambt van tribunus plebis in 494 of 493 v.Chr. door Agrippa Menenius Lanatus ingesteld om de toen rechteloze plebs tegen de patriciërs te beschermen.