Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Popelen.

Popelen

Popelen betekenis

Iets zo graag willen dat je hart bonst en je niet stil kunt blijven staan

Voorbeeldzinnen (20)

Ze staat te popelen om jou te ontmoeten.

We zitten allemaal te popelen om de film te zien.

Tom stond te popelen om Mary te ontmoeten.

Hij staat te popelen om te gaan.

Ik denk niet dat Drew staat te popelen om jou te zien.

Als hun hoofdaandeelhouder... sta ik te popelen van dit bedrijf het melkkoetje te maken dat het is.

Hij staat alweer te popelen.

Ik sta te popelen om te weten wat je ervan vindt.

Wij staan te popelen op een update.

Bedrijven staan te popelen om AI te implementeren in bestaande bedrijfsprocessen om de productiviteit te verhogen en kosten te besparen.

Bjorn staat te popelen om te beginnen.

Dat terwijl zijn tegenstander in dezelfde leg eveneens zes perfecte pijlen had gegooid en dus ook stond te popelen om het huzarenstukje af te maken.

De twee kemphanen van de afgelopen Tour de France staan te popelen om elkaar te testen.

De Westerse bedrijven staan te popelen om opnieuw zaken te kunnen doen met Rusland, en het excuus dat er een nieuwe leider aan de macht is zal voldoende zijn om de sancties te stoppen.

Dit is de reden waarom providers niet stonden te popelen om eraan mee te doen: het maakt de overstap naar een andere provider wel erg makkelijk.

Een meerderheid van de Nederlanders wil dit beleid nu eenmaal, en andere Europese landen staan helemaal te popelen om vluchtelingen uit verre landen binnen te halen.

Er heeft zelfs spontaan een buurman aangeboden die staat te popelen om de vis voor ons te versnijden.

Het weer oogt prima, de artiesten staan te popelen en de festivalgangers zijn helemaal klaar om vier dagen lang uit de bol te gaan op de 36ste editie van Pukkelpop.

Iets waar Oekraine geen last van heeft om er manschappen zat zijn die staan te popelen om te vechten voor hun vrijheid en democratie.

In de afgelopen coronajaren vierden ze de kerst verplicht in Londen en juist daarom staan ze nu te popelen om thuis bij hun familie te zijn.