Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Praatgraag.

Praatgraag

Praatgraag betekenis

geneigd tot kletsen, loslippig, graag pratend

Voorbeeldzinnen (11)

Tom is praatgraag.

Ik sprak die vrachtwagenchauffeur net Geen praatgraag typje.

Dat jongens in ieder geval in hun eerste levensjaar meer praatgraag zijn dan meisjes is verrassend.

Toch is de Keniaan niet echt een praatgraag type.

Hij is overmatig opgewekt en erg praatgraag.

En zingbaar blijft het ook, de melodie is gebleven: 'Ain't Talkin'' wordt 'Niks open', als in 'praatgraag'.

De gitarist smeerde een boterham, was praatgraag, klonk bedachtzaam en bleek openhartig over het verloop van de tour.

Uba is ook een praatgraag katje, van al onze katten is zij degene die het meeste geluid maakt.

De wilde zwaan is ook meer praatgraag dan de knobbelzwaan.

Dit is een knipoog naar zowel het feit dat politici weinig praatgraag zijn tegen de pers, als een knipoog naar zijn Commentaires sur la guerre des Gaules.

Kwaken doet deze kikker namelijk graag, de wetenschappelijk soortnaam loquax verwijst hiernaar en betekent praatgraag.