Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Praatjesmaker.

Praatjesmaker

Praatjesmaker | Praatjesmakers

Praatjesmaker betekenis

vlotte prater | iemand die zo maar wat vertelt om te imponeren of te misleiden

Voorbeeldzinnen (20)

Die praatjesmaker kan het allemaal wel goed uitleggen, maar op het einde van de rit heeft hij niets zinnigs gezegd.

Tom is een grote praatjesmaker.

Je bent een echte praatjesmaker, Tom.

Jij bent een praatjesmaker, hé?

Ik had nooit gedacht dat jij als eerste zou gaan, praatjesmaker.

De president Chan Santokhi is meer een praatjesmaker dan een echte bestuurder die het land en volk met daadkracht stuurt.

En dan staat er weer een of andere praatjesmaker op die belooft alles te veranderen.

Lijkt een beetje op die praatjesmaker van de Titan.

Weer een of andere praatjesmaker zonder verstand en een paar honderd miljoen aan fondsen van lobbyisten.

Dan noem ik jou vanaf nu een praatjesmaker.

De ooit niet van de televisie te meppen Rabo-diva legde dus meer dan honderd miljoen opzij voor de gladde praatjesmaker en Hugo kronkelde zich bijna een hernia om de maskertjesdeal met de overheid rond te maken.

De eigenaar had een andere lezing: Krol is een „praatjesmaker”, een „eendagsondernemer”, die in zijn eigen „fantasiewereld” hoge verwachtingen formuleert – Rutte komt slapen, etc. – die daarna „niet uitkomen”.

Mensen die tot voor kort trots waren op 'hun' Sywert van Lienden typeren hem vandaag in het als een ijdele praatjesmaker.

Met het WK zijn we zonder Cruyff ook op de tweede plaats gekomen, dus we hadden die praatjesmaker eigenlijk helemaal niet nodig.

Praatjesmaker Job, 23, mag dan model zijn, op Love Island hoopt hij vooral dat de vrouwen voor zijn innerlijk vallen.

Een aalgladde praatjesmaker die alle belangen van Nederland heeft verkwanseld, het schoothondje van Merkel die ten koste van alles de Euro in stand wil houden.

Het Forum van Baudet heeft geen enkele toekomst maar dat weet onze boreale praatjesmaker ook dondersgoed.

Obama was een praatjesmaker, merkt Frits zeer terecht op.

In 1940 benoemden Alfred Sherwood Romer en Llewellyn Ivor Price Edaphosaurus boanerges, de "luide redenaar" of "praatjesmaker" als ironisch commentaar op het feit dat het specimen eerst met een veel te grote schedel was uitgerust.

Besteed m'n 20 euro nog liever aan een trio met 2 crackhoeren die onder de meest gruwelijke geslachtsziektes zitten dan dat ik ook maar een cent voor die arrogante praatjesmaker betaal.