Voorbeeldzinnen (20)
Hij was een spraakzaam type, hij hield ervan om op een toneel te staan, en hij praatte, praatte, praatte en kwam nooit tot de kern.
Maar ik praatte, en praatte...
Hij praatte veel, hij praatte snel en hij onderbrak iedereen.
Harry praatte niet tegen iemand anders, hij praatte in het algemeen.
Ze praatte de hele tijd.
Ze praatte lang over haar ervaringen in het buitenland.
HIj praatte maar door.
Hij praatte soms met de soldaten.
Hij praatte over haar ziekte.
Zij praatte veel.
Hij praatte met een pijp in zijn mond.
Omdat Tom Frans praatte, kon ik niet begrijpen wat hij zei.
Met wie praatte je zonet?
Het meisje met wie je praatte, is de eigenares van die schoenenwinkel.
De man praatte zachtjes.
Waarom praatte je niet?
Tom praatte in zijn slaap.
Wie was dat waar je net mee praatte?
Hij praatte alleen maar over kunst.
Sami praatte over de islam.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl