Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Projecteer.

Projecteer

Voorbeeldzinnen (20)

Bijvoorbeeld, detecteer een gezicht, of projecteer een ring om mijn rechter wijsvinger, of projecteer een persoon 3 meter vooruit, behalve als daar een muur voor staat.

Heb je soms verborgen gevoelens voor haar en projecteer je nu?

Projecteer je trauma en minderwaardigheidscomplex niet zo, die leerlingen moeten botsen, hebben die grenzen nodig om kans te maken in hun ontwikkeling.

Projecteer het op de Seine, opnieuw en opnieuw, net zolang tot PSG de Champions League heeft gekocht.

Projecteer je eigen spanning niet op je kind.

Bedenk eens hoe je zelf reageert als iemand te dicht bij je kind komt, projecteer dat nu op een dier van 500kg met dierlijke hormonen en geen besef van consequenties.

Natuurlijk mag je het gedrag van elke persoon, die zich misdraagt, afkeuren, maar projecteer dat gedrag niet op de groep waar hij toe behoort.

Voor een film projecteer je gewoon een groot scherm op de muur.

En als ik die onbevolkte gebieden van maart projecteer op de randstad in combinatie met de huidige cijfers zou ik op tienduizenden doden uitkomen.

Erkenning hoef ik niet, wellicht projecteer je wat.

Hij lijkt mij geen kwade genius of akelig persoon, maar dat kan ook komen doordat ik wat van mijzelf in hem herken - of op hem projecteer.

Jammer voor jouw ervaring, maar projecteer dat niet op de wetenschap.

Projecteer deze cartoons op moskeeen tijdens het vrijdagsgebed.

Projecteer die situatie eens op de randstad dan zou iedereen tot inkeer komen.

Projecteer het op gebouwen.

Projecteer uw ongenoegens niet op mij, wij zijn niet hetzelfde.

Soms heb ik zo'n dag, dan projecteer ik de absurditeit van het internet op de werkelijkheid van het openbare -echte- leven.

Volgens mij projecteer je je zelf op Trump.

Ken jezelf, en projecteer niet al te zeer.

Stap 3: projecteer je zelf-haat op een ander - enige restrictie: moet een witte man zijn.