Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Prooien.

Prooien

Prooien | Prooi | Prooije

Voorbeeldzinnen (20)

Uit de verschillen in het aantal gegeten prooien en de mate van beschikbaarheid van deze prooien leiden wetenschappers af dat bepaalde prooien een hogere voorkeur hebben dan andere.

Deze laatste groepen zijn veel van hun energie kwijt aan het zoeken en achtervolgen van hun prooien, terwijl de nautilus voornamelijk langzame prooien en aas eet.

Opmerkelijk aan het gedrag van de bidsprinkhanen van het geslacht Liturgusa is dat ze niet in hinderlaag wachten tot prooien dicht genoeg naderen, maar een actieve jachtmethode toepassen en gebruik maken van hun loopsnelheid om prooien te vangen.

Spinnen leven van levende prooien maar hebben een wijd uiteenlopend scala aan voedselvoorkeuren en methoden om prooien buit te maken.

Terwijl de Neanderthalers in Euraziƫ op tamelijk tamme prooien jaagden, hadden moderne mensen in Afrika het gedurende honderdduizenden jaren op grote, gevaarlijke prooien voorzien.

Het suggereert dat er van het brein van prooien die aan hun jagers willen ontkomen net zoveel gevraagd wordt als van het brein van de jagers die deze prooien willen vangen.

De een leest dat er prooien in het buizerdnest liggen en concludeert dat de slangen op de foto dus prooien zijn.

Bij het tellen van prooien op basis van op het nest gevonden prooiresten zal het aandeel mollen worden ondertelt, net zoals kleine prooien die in zijn geheel naar binnen gaan.

Het is echter niet uitgesloten dat hij soms in groepsverband op middelgrote prooien joeg, gezien zijn enorme hoektanden die uitstekend geschikt waren om prooien te grijpen en verwonden.

De snoekbaars heeft wel een voorkeur voor wat kleinere prooien in vergelijking met de snoek, die prooien tot een derde van zijn eigen lichaamsgewicht kan verslinden.

Kleinere prooien (tot tien cm lengte) worden meestal meteen na de vangst op het wateroppervlak opgegeten, grotere en meer tegenstribbelende prooien aan de waterkant of op drijvende boomstammen.

Voornamelijk insecticiden zijn een bedreiging omdat ze het aantal prooien doen afnemen en de overblijvende prooien kunnen de hagedis vergiftigen.

De snoek heeft ook een voorkeur voor relatief grote prooien, maar als in de zomer de kleine witvissen en baarzen in enorme hoeveelheden rondzwemmen kan de snoek ook tijdelijk op deze prooien overschakelen.

Grotere salamanders eten meer grote prooien zoals wormachtigen (bv Tubifex), imagines en larven van waterinsecten, kikkervisjes en andere prooien die de salamander aan kan.

In zo'n periode zijn grote prooien nog goed te vinden, de kleine prooien zijn dan in winterslaap of leven diep verborgen onder de sneeuw.

Ze zijn gemakkelijke prooien van fraude, omdat ze logisch denken... en professionele tovenaars rekenen daar op.

Als een wolf door de wolvenwering heen komt en op boerderijen gaat zitten jagen op zijn prooien dan is het tijd voor maatregelen tegen dat beest.

Daarmee verschansten ze zich aan de rivieroever om hun prooien te besluipen, die nietsvermoedend voorbij zwommen.

De beweging is noodzakelijk aangezien roofvogels enkel levende prooien vangen.

De kleine jagers vertrouwen op hun scherpe zicht om nietsvermoedende prooien te besluipen.