Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Puzzelt.
Puzzelt
Gerelateerde woorden
Voorbeeldzinnen (20)
Ze schildert, speelt piano en puzzelt.
Deze bezorger heeft honger en vreet een kwartpizza op en puzzelt hem weer in elkaar.
Zo leest mevrouw Robbe de krant en puzzelt wat, want 'je moet wat als je hier woont'.
Elke dag puzzelt ze en ‘fietst’ ze in haar stoel voor het raam.
Daaromheen puzzelt ze met haar agenda.
De komende 13 weken puzzelt u voor de Stichting Europa Kinderhulp.
Op een atletiekbaan is veel ruimte voor verschillende groepjes atleten, het corona-kernteam van Leiden Atletiek puzzelt op de mogelijkheden.
Maar zodra zij dat weet, puzzelt zij alle stukjes weer aan elkaar om de brief te kunnen lezen.
Hij ‘puzzelt’ ook het minst goed en minst efficiënt’.
Ze puzzelt wel razendsnel en wint de strijd eigenlijk in het fotospel.
Als je even goed puzzelt, kun je op die manier nog drie keer negen dagen op vakantie en tegen het eind van het jaar nog eens twaalf dagen achtereen vrij nemen.
Tot die tijd puzzelt Daniël van der Raaf nog even door.
Waarbij een vraag mij al een aantal dagen puzzelt.
Thibault puzzelt snel en goed.
Het trio puzzelt daarop nagenoeg perfect, al verliest Eva tijd.
Intussen puzzelt men in Den Haag hoe het toch komt dat het grootste deel van de bevolking het niet meer trekt met het gezever van "de elite", maar in ALLE discussies wordt het onderwerp "Europa" zorgvuldig gemeden.
Kris puzzelt slecht, waardoor Olga tijd kan inhalen.
Ze puzzelt zelf erg snel en haalt belangrijke tijd binnen van Muyters, die meteen ver achterop hinkt.
Terwijl ze het vertelt, puzzelt het viertal in een moordend tempo met elkaar verder, met een -vermogen om jaloers van te worden.
De nieuwe bondscoach Blind puzzelt niet alleen met de beste invulling van de meest verdedigende positie op zijn middenveld.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl