Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Raars.

Raars

Raars | Raar | Raarste | Raarst | Raarheid

Voorbeeldzinnen (20)

Ik wil jou iets raars vertellen.

Ik heb op iets raars gestapt.

Er is iets raars gaande.

Mag ik je iets raars vragen?

Er is iets raars aan de hand.

Ruik je iets raars?

Ik wist dat er iets raars aan het gebeuren was.

Ik heb niks raars gedaan.

Maar heeft uw getuigen iets raars gezien die nacht, Mr.

Er is iets raars met hem.

Ik heb niets raars gezien.

Hier staat echt iets heel raars.

Hij noemde haar iets raars.

Asabina heeft niks raars gezegd.

Bovendien gebeurt er iets raars met je als je merkt dat iedereen ergens heengaat – en jij eenzaam achter dreigt te blijven.

Dat er iets raars gebeurde kwam niet voor iedereen als een verrassing.

Dat is niet de bedoeling: je moet gewoon de politie bellen als er iets raars aan de hand is.

Een commissie van een paar procent is toch niks raars?

Eerst denk je nog, "wat zeg je nou voor iets raars", een jaar later mag je nog hopen dat er sowieso begrijpelijke woorden uit de mond komen.

En dat lager vliegen had een hele gebruikelijke reden dus niks raars of verdachts aan.