Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rekent.

Voorbeeldzinnen (20)

Hij rekent er 1 af, moet zijn hij rekent een door hem gescande appel af die 1/4 kost van de komkommer.

Het verklaart mogelijk ook waarom Microsoft samenwerkt met Amazon voor het installeren van Android apps op Windows 11. Amazon rekent als commissie, Google rekent 30 procent.

Als je de hele Randstad rekent kom je zo op 7 miljoen; vergeleken met wat men in andere landen tot één stad of agglomeratie rekent is dat niet onredelijk.

Tja, Mercedes rekent smart niet mee, maar BMW rekent Rolls Royce ook niet mee.

Aperam rekent op stabiel bedrijfsresultaat Aperam rekent op stabiel bedrijfsresultaatRoestvrijstaalfabrikant Aperam heeft in het derde kwartaal een bedrijfsresultaat (ebitda) behaald van 108 miljoen dollar.

Beitske Visser dertiende op Le MansVisser als 15e over finish GP3-race Coureur Visser rekent op stoeltje volgend seizoen Autocoureur Beitske Visser uit Dronten rekent volgend seizoen op een stoeltje in de Formule 3.5 V8 klasse of in de GP3 klasse.

De achttien items die hij wel meeneemt, stopt hij in een speciale vest,… Brussels Airlines rekent erop meerderheid vluchten uit te voerenBrussels Airlines rekent erop vandaag het merendeel van haar vluchten te kunnen uitvoeren.

Delta rekent op PvdA tegen gedwongen splitsing MIDDELBURG - Delta rekent op steun van de PvdA in hun strijd tegen de gedwongen verkoop van het stroomnetwerk.

Meneer Obama rekent zich al rijk, maar rekent buiten de waard, dat de Clinton aanhanger zich,mogelijk massaal, naar de kant van McCain wenden, en op die man hun( geheime) stem geven.

Excelsior rekent op PSV'er De Wijs Excelsior-trainer Mitchell van der Gaag rekent erop dat de Rotterdammers maandag Jordy de Wijs als versterking kunnen presenteren.

Hiddink rekent op strijdlustig Oranje ZEIST - Bondscoach Guus Hiddink rekent volgende week in de interlands tegen Mexico en Letland op een bijzonder strijdlustig Oranje.

Het centralisme rekent op de tendentiële vermindering van het kritische bewustzijn, van het initiatief en de onafhankelijkheid van het individu; het rekent op de blinde ondergeschiktheid van de massa aan het ‘centrum’.

Hij rekent, en rekent en komt op ongeveer € 16,-.

Ze rekent sneller dan elke andere student.

Tom rekent op Mary.

Tom rekent uit.

Hij rekent het snelst van alle kinderen.

Iedereen rekent op je.

Tom rekent op ons.

Hoeveel rekent u?