Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Renden.
Voorbeeldzinnen (20)
Mijn zusje en ik deden vaak tikkertje. Dan renden we achter elkaar aan, en de achterste probeerde de voorste te tikken en riep: "Tikkie, jij bent hem!"
Ze renden Tom voorbij.
De beesten renden over de vlakte.
Mensen renden uit het kasteel.
Waarom renden jullie?
We renden door het park.
Zij renden achter ons.
Jullie renden in de tuin.
De kinderen renden de heuvel af.
We renden zo snel als we konden.
Ze renden niet.
De kinderen renden in de richting van de speelplaats.
De kinderen renden naar de speelplaats.
Skura en Nuja renden terug naar binnen.
Mensen renden het kasteel uit.
Ze renden naar de plaats.
We renden door naar Whitehall.
Negen honden renden door het veld.
Het eerste jaar renden Mei Xiang en Tian Tian rond in de pandatuin.
We renden naar het huis van de Patels en toen ik uit het raam keek zag ik twee mannen in pak hem een busje in slepen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl