Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Riddergoed.

Riddergoed

Riddergoed betekenis

de bezittingen van een ridder; het onroerend goed dat een ridder bezit

Voorbeeldzinnen (12)

Riddergoed de Raay, officiële naam thans Sandton Chateau de Raay, traditioneel ook wel bekend als Ingen Raaij, is een voormalig riddergoed dat werd gebouwd in het midden van de 13e eeuw.

Als Gutsherr hield hij zich bezig met het overzien van de landbouwproductie van zijn riddergoed.

Na de dood van de laatste Von Milow gingen het riddergoed en het dorp Dahlem over op de broers Heinrich en Peter von Spiel, die reeds bijna de helft van de Dahlemse grond in hun bezit hadden.

P.L. Devens was dit Brandenburgse riddergoed eigendom van de familie Knippenburg.

De aanwezigheid van het koninklijke riddergoed stimuleerde de ontwikkeling.

Het riddergoed is gebouwd rond 1256.

Als riddergoed werd het in 1328 aan ene Vicko Smeker als leen uitgegeven en sinds 1350 in het bezit van de familie "van Stoisloff".

Hij stierf in 1901 op 48-jarige leeftijd op zijn riddergoed Varzin.

Slot van het voormalige riddergoed Kauern Von Mühlen is een uit Colditz afkomstig geslacht waarvan leden sinds 1828 tot de Nederlandse adel behoren.

Daardoor kwamen in 1631 de dorpen Günthershausen, Ingersleben, Sülzenbrücken en het riddergoed Stedten an der Gehra bij Schwarzburg.

In 1655 werden het dorp en het riddergoed verkocht aan Georg Adam von Pfuhl, die Dahlem op zijn beurt 16 jaar daarna aan zijn neef Cuno Hans von Wilmerstorff overdeed.

Prickenis Ook Klein Geisbach genaamd, voormalig riddergoed, gedeeltelijk Keuls en Valkenburgs- Wickrader leengoed.