Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rijtje.

Voorbeeldzinnen (20)

Een term uit het ene rijtje kan verwijzen naar een ander rijtje, waarin een term staat dat het eerste rijtje weer samenvat.

De bovenste toets van de ene rij komt overeen met de onderste van de volgende; als het eerste rijtje bijvoorbeeld met een cis eindigt, kan men dezelfde cis ook op het tweede rijtje spelen.

Eerst het rijtje van nu nog even af, het traditionele rijtje.

Dat zou makkelijk kunnen: ons rijtjeshuis maakt deel uit van een rijtje dat rug-aan-rug ligt met een ander rijtje, je zou van alle achtertuintjes zo één mooie grote binnentuin - een soort hofje - kunnen maken.

Dit geldt zowel voor het bovenste rijtje met appiconen, als voor het onderste rijtje met veelvoorkomende activiteiten zoals opslaan in Dropbox en opslaan in de camerarol.

De presidentskandidaat die als eerste 270 kiesmannen wint mag zich aansluiten in het imposante rijtje van Amerikaanse presidenten met bekende namen zoals Washington, de eerste in het rijtje, en wat recenter Reagan, Clinton, Bush, en Obama.

Goes nog een keer in select rijtje zevenklappers Goes nog een keer in select rijtje zevenklappersGOES - John Karelse zette zijn entree als trainer in het Zeeuwse amateurvoetbal luister bij met een klinkende overwinning.

Regendruppels op een rijtje Regendruppels op een rijtje genietend van de ochtendzon.

Als je de laatste kaart van een rijtje hebt omgedraaid en vervolgens ook weggelegd, dan is het rijtje leeg.

Een geïsoleerd en opvallend item in een rijtje van verder identieke items wordt beter herinnerd dan de andere, identieke items uit dat rijtje.

Ambtelijke hiërarchie Bisschop :Opmerkingen bij dit rijtje: :* De kardinaal is niet in dit rijtje opgenomen, omdat ze in de ambtelijke hiërarchie niet direct van toepassing zijn.

Iedereen kan andere woorden gebruiken en wanneer iemand het ene woord uit het onderstaande rijtje gebruikt, hoeft diegene niet direct een ander woord uit het rijtje ook te gebruiken.

Ze zette haar cd's op een rijtje op de plank.

Tom kon zijn gedachten niet op een rijtje zetten.

Tom heeft ze niet allemaal meer op een rijtje.

Zet alles weer op een rijtje!

Zet ze voor me op een rijtje!

Laten we alles op een rijtje zetten.

Ellis heeft ze niet op een rijtje maar hij moordt niet.

Ik had tijd nodig om wat dingen op een rijtje te zetten.