Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rilde.

Rilde

Rilde | Ril

Voorbeeldzinnen (20)

Het was zo koud, dat ik rilde.

Ik rilde bij het zien van de slang.

Mary rilde in haar dunne bloesje.

Ik rilde van de kou in de onverwarmde tram.

Ik zag gelig uitgeslagen ham en rilde, hij rook onbedorven etenswaar en belegde er mijn boterhammen mee voor in de schoolpauze.

Tien dagen lang rilde ze van de koorts, in twee weken tijd verloor ze vijf kilo.

Ik zweette en rilde, maar had het ijskoud.

Hij rilde over zijn hele lichaam.

De politie ontfermde zich over het kindje, dat rilde van de kou.

Het was, rilde de internationale pers, 'an orgy of killing' geweest, daar in de Oostenrijkse hoofdstad.

Ik rilde, van moeheid en van de zeurende kiespijn die me wakker had gehouden.

Voor de 400 meter was het 35 graden buiten, maar rilde ik van de kou.

Hij gruwde van de continentale ’koffiecultuur’ en rilde bij de gedachte dat de Britten ooit, zoals Fransen en Italianen, ’un petit noir’ of cappuccino zouden drinken op een terrasje in de buitenlucht.

Ik rilde, wat zij opvatte als een aansporing om verder te gaan.

Hij rilde toen hij haar hete adem op zijn oor voelde.

Kriebeltje rilde: die Hinkstap was een kraai met één lamme poot, het was de wreedste kraai, die er bestond, niemand was veilig voor hem.

Naast mij was een Duitser op de grond gaan liggen en ik zag dat hij over zijn hele lichaam rilde.

Rilde de arme, en haar het aanschijn door bleekheid bedekt werd.

Ze rilde van de spanning en het verbaasde haar dat ze wel kon rillen, maar niet haar armen op kon tillen om hem ook aan te raken.

Mickje, die natuurlijk de gedachten van haar mama gevolgd had rilde…Die Jan, ze was toch zo bang voor hem en voor zijn vrouw met die schelle stem.