Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rilt.

Rilt

Voorbeeldzinnen (16)

Hij rilt door de kou.

De Russische bevolking rilt van angst en slikt alle leugenpropaganda als zoete koek.

Jan is erg verzwakt en rilt door het bloedverlies.

Margarita Gasparyan rilt van de kou tijdens haar partij tegen Elise Mertens.

Het rondtrekkende campagnecircus van de piepjonge partij Forum van Democratie rilt van de kou voor station Venlo.

Luo Zhenping rilt als hij denkt aan de bomaanslag in april 2014 waarbij drie mensen omkwamen en 79 gewond raakten.

Nou hij rilt nu al bij de gedachte.

Boven haar hoofd schijnt de zon fel door, maar toch rilt ze even.

Je zwiert steeds weer nieuwe tintelende verhalen in, raakt bedwelmd, wordt uitgedaagd en opgewonden, je rilt en lacht en wervelt, raakt grijnzend de draad kwijt, maar proost, voorwaarts!

Hij rilt, wrijft het kippenvel van z’n armen.

Telkens als hij opzij wordt geduwd door een nieuwe muzikant, kijkt hij even op en rilt van zaligheid.

Marja Cambach (66) rilt en trekt de kraag van haar jas naar zich toe.

Wanneer mensen met diabetes lage bloedsuikerspiegels hebben, kan dit ervoor zorgen dat hun lichaam ongecontroleerd rilt of schudt.

Mijn onderwijsvriendin, toen klasgenote, rilt nog bij de herinnering aan de schoolfeesten waarop ze de klef opdringerige rector moest zien te ontlopen.

Glimlach als je rilt van de kou, glimlach als de regen in je gezicht slaat.

De burger vlucht en rilt, als een zwelbast hong'rig gilt: Weg met de kachel en de stoof.