Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Roddelden.

Roddelden

Voorbeeldzinnen (7)

In ieder geval ze roddelden zeer neerbuigend over de Nederlandse klanten waarop op een gegeven moment Sybil ze op haar Istanbuls terechtwees en zei: Spreken jullie altijd zo over de klanten of is dat standaard Anatolische kinkeligheid?

Waren dat niet die lui die heel hard om Wesley Sneijder's vreemdgangerij gierden en roddelden, maar vervolgens roomser dan de paus werden toen presentator Humbarto onze Dionne een veeg uit de pan had gegeven en roddelen niet vonden kunnen?

Peter Kolbe vertelt in zijn 'Naaukeurige en uitvoerige beschryving van de Kaap de Goede Hoop' uit 1727 dat velen aan de Kaap roddelden dat er sprake was van vergiftiging.

Vroeger roddelden we in de kerk/kroeg in de buurt, maar aangezien we daar niet meer heen gaan hebben we andere middelen nodig.

Toen ik in t parool las dat de buurtbewoners onderling roddelden over welke barista nog wel koffie had toen had ik t effe niet meer.

Ze was een achterdochtige vrouw die voortdurend dacht dat de mensen over haar roddelden.

De zangeressen roddelden ook nooit over elkaar of andere artiesten, vertelde Willeke.