Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rookt.

Rookt

Voorbeeldzinnen (20)

De laatste is niet verslaafd, rookt nooit over de longen, valt niemand lastig, je rookt zo’n sigaar niet op straat (tenzij je Soprano heet) en houdt rekening met anderen.

In Groot- Brittannië rookt 14 procent van de volwassenen, mede dankzij de inzet van de e-sigaret en in Nederland rookt nog 20 procent.

Voor de vrouwen op Bonaire liggen de cijfers lager, 0,9% rookt zwaar, 5,9% dagelijks maar niet zwaar en 5,1% rookt, maar niet dagelijks.

Tegelijkertijd blijkt de kans dat een vmbo-leerling rookt bijna tien keer zo hoog als de kans dat een vwo-leerling rookt.

De hoger opgeleide rookt allang niet meer en als hij (of zij) nog wel rookt, kan hij dat tientje makkelijk betalen.

Op deze foto rookt hij een sigaar, een sigaar die hij al 20 jaar lang rookt.

Je zal langer leven als je niet rookt.

Hij rookt niet.

Zij rookt veel.

Ge rookt niet zeker?

Zij rookt niet.

Ik heb het liever dat je niet zo veel rookt.

Hij rookt noch drinkt.

Ze rookt twintig sigaretten per dag.

Tom rookt als een ketter.

Tom rookt als een schoorsteen.

Hij rookt niet en hij drinkt geen vodka.

Stel je even voor: hij is arts en toch rookt hij.

Mijn broer rookt heel veel.

Mijn vader rookt.