Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Roomsche.

Roomsche

Roomsche | Roomschen

Voorbeeldzinnen (20)

Eerst hebben de prottestanten alle Roomsche kerken afgepakt, witgekalkt en de Roomsche godsdienst verboden.

Leuk feitje van Ome Zent: mijn CDA staat nu op minder zetels in de peilingen dan het gemiddelde aantal kinderen per katholiek gezin in de tijden van het Rijke Roomsche Leven (5,4).

Bestolen blijft geobsedeerd door de Roomsche overheersing.

De 'Roomsche kroeg' die Augustinus voor de oorlog was, verdwijnt.

Zie ook (1983): Roomsche kinine tegen roode koorts.

Het aflakken met een gereformeerde, roomsche, islamitsche glanslak is nog niet gebeurd.

Mooie beschrijving van het "rijke roomsche leven", heel herkenbaar.

Als er nog iets van het ‘rijke Roomsche leven’ over is, dan is het hier op deze dag te zien.

Maximaal twintig minuten was er tijd om door de kleine kamers te struinen, waar een collectie poffers en andere kledingstukken bijeen is gebracht die heel veel vertelt over het Rijke Roomsche Leven in de Meierij.

Na de Opening op deze vrijdagavond zal verteller Paul Groos verhalen vertellen uit het Rijke Roomsche Leven.

Cuypers' kerken zijn haast synoniem met het rijke roomsche leven en daar moeten ze in de Dominicus weinig van hebben.

Cicero de Vader der Roomsche welspreekentheid begost altijt te redeneeren met een onvoegelijke beteutertheid, even gelijk een kind dat zijn les begint op te zeggen met vreeze dat het een plak zal krijgen.

Een boekje uit de serie ‘Roomsche Reeks’.

Het Rijke Roomsche Leven in zijn glorietijd.

Hft LAB-BOONEN, of 'lap-boonen' heet men hier veel de anders zoogenaamde Roomsche-, boeren- of groote boonen.

Hoe-wel hy hem nochtans opentlijk tegen de Roomsche Kerke niet en stelde.

J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - LAB-BOONEN, of 'lap-boonen' heet men hier veel de anders zoogenaamde Roomsche-, boeren- of groote boonen.

Tot mijn spijt beschik ik niet meer over een exemplaar van De Vrije Bladen, waarin de polemiek ‘Waarom Ketters’ voorkomt; zoo heel belangrijk was het ook niet, maar de bedoeling, in het roomsche kamp eenige beroering te wekken, is uitstekend gelukt.

Uit deze korte biografische schets wordt al duidelijk dat we hier niet te maken hebben met een kwezel, en ook niet met een belichaming van het rijke roomsche leven van weleer.

Wanneer ‘men’ (inbegrepen ik) uit Uw zwijgen de conclusie trekt, dat U Ribeiro hebt vervalscht om geen ‘aanstoot te geven’ aan de benepenste roomsche mentaliteit hier te lande, geven de feiten ‘men’ (mij) gelijk.