Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rostrale.
Rostrale
Voorbeeldzinnen (20)
In de rostrale schub zijn twee warmtegroeven gelegen, tussen de rostrale en mentale schub zit eveneens een kleine opening.
De rostrale schub (de ongepaarde schub aan de voor- bovenzijde van de snuit) is van bovenaf niet goed te zien.
De voorkant van het gehemelte volgt de voorkant van de as in het kopschild en is verbonden met een zeer brede lip (of rostrale plaat), in de wetenschap wordt zo'n gehemelte een conterminant hypostoom genoemd.
Direct achter de rostrale schub zijn twee internasale (4) schubben aanwezig die soms versmolten zijn.
Een rostrale is nog niet teruggevonden.
Er was een laterale kieuwopening, ogen aan de zijkanten van de kop en de gepaarde neuszakken op het binnenoppervlak van de rostrale afscherming (die uitsteekt tegenover de mond).
Het dorsale paar mediale uitsteeksels is lang en stekelvormig en loopt langs het rostrale uitsteeksel in de vorm van een scherpe richel.
Het rostrale is in zijaanzicht boemrangvormig en heeft een wat langere bovenste dan onderste tak.
Hij bezit overeenkomstig het afgeleide kenmerk van het bezit van een rostrale als beenkern van de bovensnavel.
Langs de volledige lengte van de rostrale rand bevinden zich een twaalftal foramina.
De rostraalschub of rostrale schub is een schub die bij de schubreptielen gelegen is aan de voorzijde van de bovenkaak, aan de snuitpunt.
De rostrale rand van de fenestra antorbitalis (een opening in de schedel) is bijna recht en erg verticaal.
De rostrale tanden hadden een verlengde, afgeplatte en puntige kroon, met snijvlakken aan de voor- en achterkant.
Het rostrale dat de bovensnavel draagt, steekt vrij ver naar voren uit.
Aan de snuitpunt is de rostrale schub aanwezig, die de voorzijde van de kop beschermt.
Avaceratops had waarschijnlijk een hoornsnavel, een "papegaaienbek", maar het os rostrale noch het epidentarium zijn bewaard gebleven zodat de vorm daarvan niet kan worden vastgesteld.
Bij het rostrale is de bovenste verbinding met het neusbeen omhoog gericht in plaats van naar achteren buigend.
De geslachtsnaam is afgeleid van het Latijnse magnus, "groot", en rostrum, "snuit", een verwijzing naar het grote rostrale.
De hoofdreden voor de vergissing was dat Osborn het rostrale van de snuit, een kenmerkend bot van de ceratopiërs, aanzag voor de praemaxilla en de praemaxilla weer voor het bovenkaaksbeen.
De rostrale index, de lengte van de snuit vóór de fenestra gedeeld door de maximale hoogte, bedraagt 5,4.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl