Voorbeeldzinnen (20)
Hij ruikt naar zijn schapen, zoals 'n visboer naar vis ruikt en een boer naar zijn land, zo ruikt Jezus naar mensen.
Het vervelende is bovendien dat poep niet ineens naar bloemetjes ruikt, maar dat bijna alles is gaan stinken: normaal voedsel, cosmetica, het ruikt plots naar zwavel of iets anders smerigs.
Wie niet ruikt of niet de juiste geur van iets ruikt, kan bijvoorbeeld geen brand- of gasgeur of bedorven voedsel ruiken.
Koeienstront, kippenstront of varkensstront, het ruikt verschillend maar koeienstront ruikt het lekkerst van die drie.
Bij een proeverij ruikt een sommelier eerst aan de gepresenteerde wijn, walst daarna de wijn rond het glas en ruikt nog een keer, daarna proeft hij/zij de wijn.
Verse vis ruikt niet maar als iets naar vis ruikt deugt het niet.
Het ruikt er bokoe terwijl OW naar goud en smeergeld ruikt.
Iedereen zit bij elkaar op de lip, iedere scheet die je laat ruikt een ander ook, van iedere sigaret heeft wel iemand last van, ieder wolkje uitlaatgas ademt wel iemand, érgens in, ieder wolkje uit de schoorsteen ruikt iemand.
Goed dat je weet hoe lala een Riool Rat ruikt Helaas kan ik niets voor je betekenen als je zo erg ruikt.
Hij ruikt naar zijn schapen, zoals een visboer naar vis ruikt en een boer naar zijn land.
Moeder, er ruikt iets aangebrand.
Deze bloem ruikt lekker.
Het paard ruikt de stal.
De vrouw ruikt de koffie.
De koffie ruikt goed.
Je ruikt naar kak.
Die bloem ruikt sterk.
Dat parfum ruikt lekker.
Dat ruikt naar een val.
De boter ruikt goed.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl