Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ruimde.

Ruimde

Voorbeeldzinnen (20)

Ze ruimde de tafel af.

Sami ruimde zijn kast op.

Hij ruimde zijn kamer op.

Ze ruimde haar kamer op voor het eten.

Tom ruimde zijn bureau op.

Ze ruimde haastig haar kamer op.

Hij ruimde de rommel op.

Ik ruimde de tafel af.

Hij sloot het hotel en ruimde de rode loper op toen ik klein was.

De brandweer ruimde zondagavond brokstukken op de Gentsesteenweg in Erpe nadat een wagen er vlakbij de watertoren inreed op een vluchteiland.

De lokale politie ruimde het feestmaal op en na een tweetal uur was er geen spaghettisliertje meer te bekennen.

Grijze hoogbouw ruimde er plaats voor kleinschaliger woonerven met gezamenlijke binnentuinen.

In de voorhoede ruimde de oefenmeester een plekje in voor Wehmeyer.

Post ruimde de restanten daarna wel verantwoordelijk op om ze minutenlang uit te delen aan de Golden Circle, niemand in de zaal reageerde ongeduldig.

Tegen Southampton ruimde de fel bekritiseerde manager Graham Potter een basisplaats in voor voormalig PSV'er Noni Madueke, die na 64 minuten werd vervangen.

De NVWA ruimde 41.000 kippen na een besmetting.

Hij ruimde een klein kamertje in de kelder op om het te verhuren aan een studente.

Station ruimde hem uit de weg, bang voor concurrentie.

Als eerste ruimde de stadsdiensten het braakliggend stuk grond op en werd dat opnieuw hermetisch afgesloten met hekken.

De brandweer ruimde de brokstukken van de klap op.