Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Saampjes.

Saampjes

Saampjes betekenis

met zijn tweeën; met elkaar

Voorbeeldzinnen (20)

Of zijn jullie misschien liever saampjes?

VVD tegen de PvdA, daarna vormden ze saampjes een kabinet.

Deden saampjes in ontroerend goed als burgemeester en wethouder en stemde op hem bij de tweede kamer verkiezingen.

En dat kunnen we alleen maar saampjes.

Je moet maar zo denken: als je dochter thuiskomt met een neger, kunnen ze mooi saampjes naar het Rijksmuseum.

Wat een smerige slijmbal ben je dan zeg om bazin te feliciteren met een foto van saampjes.

Hebben jullie een geschiedenis saampjes?

Straks krijgen we er Asscher en Yasses voor terug,zo saampjes met Rubber en judasje Segers.

Vervolgens saampjes op de foto.

En dan saampjes met über-slachtoffer Satty beetje zielig doen hier, beetje bagatelliseren, het wegzetten alsof het de schuld is van de reaguurders zelf.

Kan je saampjes hand in hand antiek kopen op de Denneweg.

Twee dealers die saampjes een kilo kopen en dat op straat verkopen.

Die zijn er genoeg, jij bent 1 van die racisten saampjes met je neusfluit fluitende vrindjes Aytas, Spaanse lul.

En een plezier joh, met zn allen, die saamhorigheid, dat heerlijk veilige groepsgevoel vind je nergens zo goed als wanneer je iemand lekker saampjes het ziekenhuis in slaat en schopt.

Hoe komen mannen, die geen homoseksuele relatie hebben, in vredesnaam op het idee om saampjes voor de tv te gaan rukken?

Jij bent hier het smuigertje die irriteert niet Floris, nee dat ben jij saampjes met nog een paar van die kansloze islamimbecielen.

Krijgt geen extragratis penthouses of neuqt niet de top van het OM zodat ze gezellie saampjes naar Bangkok flyeren.

Zijn Berbaar en DKS op huwelijksreis of zitten ze saampjes in het banhok?

Dan hadden ze saampjes hun eigen nieuws kunnen creëren in het zwembad.

Zullen we saampjes hier eventjes wat aan doen?