Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Sabeltandtijgers.

Sabeltandtijgers

Sabeltandtijgers | Sabeltandtijger

Voorbeeldzinnen (15)

De onderzoekers vergeleken de tanden van gezonde sabeltandtijgers met die van gewonde sabeltandtijgers en kunnen op basis daarvan twee opvallende conclusies trekken.

Voor de ecologen onder ons: ook hier schijnen vroeger sabeltandtijgers en holenberen te hebben rondgedoold.

Heb het al zováák getegeld; kijk, heb niks tegen ijsberen (die dus niét op Zuidpool wonen), had ook niks tegen Sabeltandtijgers, en de walvis (waarvan men óók uit zijn panty gaat), maar mócht al dat diervolk uitsterven, is ee precies níks aan de hand.

Ook dit geslacht wordt meestal tot de sabeltandtijgers gerekend.

Geen sabeltandtijgers, geen wolharige neushoorn, geen mammoet meer te bekennen.

De onderzoekers bestudeerden het tandglazuur van sabeltandtijgers die duizenden jaren geleden leefden.

Eén: veel gewonde sabeltandtijgers vertonen sporen van langdurige infecties, maar ook sporen van genezing.

Twee: de gewonde sabeltandtijgers gooiden hun dieet radicaal om en aten eigenlijk alleen nog zacht voedsel.

In dat onderzoek suggereerden de wetenschappers dat dit waarschijnlijk kwam doordat sabeltandtijgers op andere bronnen van voedsel moesten jagen.

Ze dienden waarschijnlijk om prooien te verwonden en vast te houden, een jaagtechniek die miljoenen jaren later geperfectioneerd zou worden door de bekendere sabeltandtijgers.

Zodra de geslepen steen het vlees doorboorde, werkte de speerpunt als een moderne holle punt kogel, wat ernstige wonden kon veroorzaken bij mastodonten, bizons en sabeltandtijgers.

Het is ons overlevingsmechanisme uit de oertijd, toen we oog in oog stonden met sabeltandtijgers en – met de jaargetijden mee – van plek naar plek trokken.

Hij had weinig vijanden, maar de jongen vielen waarschijnlijk soms ten prooi aan sabeltandtijgers.

Vroeger was er nog geen holbewoner-man die deze zure trut aan d'r haren de grot uit wilde trekken en bleef ze alleen achter voor de sabeltandtijgers om op te vreten, nu zet ze d'r porum vol met sterretjes en wil ze zelfmoord plegen.

Bakker stelde dat het dier net zo extreem gespecialiseerd was als de latere sabeltandtijgers in het doden van zeer veel grotere prooien.