Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Saltasaurus.

Saltasaurus

Voorbeeldzinnen (20)

In 2005 gaf Sereno een iets exactere definitie: de groep bestaande uit Saltasaurus loricatus en alle soorten die nauwer verwant zijn aan Saltasaurus dan aan Brachiosaurus brancai.

De fossielen van Saltasaurus zijn door J.F. Bonaparte, Martín Vince en Juan C. Leal tussen 1975 en 1977 gevonden bij de Estancia "El Brete".

De osteodermen van Saltasaurus zijn onder te verdelen in twee typen.

In 2003 gaven Wilson en Paul Upchurch een noduskladedefinitie: de laatste gemeenschappelijke voorouder van Andesaurus delgadoi en Saltasaurus loricatus en al zijn afstammelingen.

Daarom is het begrip in 2004 geherdefinieerd door Upchurch als de groep omvattende de gemeenschappelijke voorouder van Saltasaurus en Camarasaurus en al zijn afstammelingen.

Een nauwe verwantschap met Saltasaurus spreekt overigens nog altijd tegen een identiteit met Nemegtosaurus.

In 2003 gaven Wilson en Upchurch een noduskladedefinitie: de laatste gemeenschappelijke voorouder van Andesaurus delgadoi en Saltasaurus loricatus en al zijn afstammelingen.

In 2003 gaven Wilson en Upchurch een verfraaide definitie met de soortnamen (en de correcte spelling): alle Saltasauridae die nauwer verwant zijn aan Opisthocoelicaudia skarzynskii dan aan Saltasaurus loricatus.

Upchurch gaf in 2004 echter een noduskladedefinitie: de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Saltasaurus loricatus en Shunosaurus lii en al zijn afstammelingen.

De klade is 1998 door Wilson en Sereno gedefinieerd als de groep omvattende Brachiosaurus altithorax en alle soorten nauwer verwant aan Brachiosaurus dan aan Saltasaurus loricatus.

Een mogelijke positie van Rocasaurus in de evolutionaire stamboom wordt getoond door het volgende kladogram naar een studie van Calvo uit 2007, waarin Rocasaurus de zustersoort is van Saltasaurus: Literatuur *L.

Hij definieerde de klade Sauropodiformes als de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Mussaurus patagonicus en Saltasaurus loricatus; en al zijn afstammelingen.

In 1992 beschreef Powell de osteologie van Saltasaurus in detail en herzag die beschrijving weer in 2003.

In 1998 gaven Wilson en Sereno een exactere definitie: de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Diplodocus longus en Saltasaurus loricatus en al zijn afstammelingen.

In 2003 kwamen Wilson en Upchurch met een definitie die ook de soortnamen gebruikte: de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Opisthocoelicaudia skarzynskii en Saltasaurus loricatus en al zijn afstammelingen.

Over het algemeen werden deze taxa hierna als het aparte geslacht Neuquensaurus beschouwd en niet als soorten van Saltasaurus.

Paul Sereno is hierin niet meegegaan en maakte zijn definitie uit 1998 in 2005 exacter door ook de soortnamen te geven: Saltasaurus loricatus en Vulcanodon karibaensis.

Skelet De staartwervels van Saltasaurus, onderaan, hadden grote luchtkamers Van de vorm van de schedel is weinig bekend omdat alleen delen van het achterhoofd zijn gevonden.

Soms waren die verbeend tot een echt pantser (zoals bij Saltasaurus) of staken de doornuitsteeksels zelf uit ( Amargasaurus ).

Vondst en naamgeving De fossielen van Saltasaurus zijn door J.F. Bonaparte, Martín Vince en Juan C. Leal tussen 1975 en 1977 gevonden bij de Estancia "El Brete".