Hieronder zie je Samenwonen in 20 voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis en verwante woorden zoals samenleven. Handig bij het schrijven of nakijken van een tekst.
Samenwonen in een zin
Gerelateerde woorden
Samenwonen betekenis
met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bent
Synoniemen van Samenwonen
Voorbeeldzinnen (20)
Eén afspraak maakten De Vries en Breeuwsma toen ze zes jaar geleden gingen samenwonen op een boerderij in Akkrum.
Als partners willen gaan samenwonen worden ze vaak overvallen met goed bedoelde adviezen van familie of vrienden.
Het stel laat weten "op niet al te lange termijn" te willen gaan samenwonen in de nieuwe villa van Gillis in Neerpelt.
Stelletjes die een tijdje willen samenwonen om te kijken of dat bevalt, mogen een huis wel tijdelijk verhuren.
Zo kan het paar het samenwonen een tijdje proberen, zonder dat het huis van een van beide leeg komt te staan.
De PvdD is uitgesproken voorstander van gemengde woonvormen, waarbij meerdere generaties samenwonen en voor elkaar zorgen.
Liefst wil hij op termijn gaan samenwonen met een lieve, zorgzame vrouw met wie hij een gelukkig en warm nest kan creëren.
Na amper een jaar daten neemt het koppel de volgende stap in hun relatie: de twee gaan officieel samenwonen!
Als een bijstandsmoeder gaat samenwonen met haar vriend raakt ze haar uitkering kwijt, en haar huurtoeslag.
Als het kabinet valt in Feb 2023 en Marx gaat samenwonen in Brussel met zijn grote liefde Slaus Kwab heb je gelijk gekregen.
Maar andersom kan natuurlijk ook: als je met iemand gaat samenwonen, heb je nog maar één abonnement nodig.
Als ze gaan samenwonen vormen ze immers één huishouden, waardoor de uitkering kan worden gekort of zelfs helemaal vervallen.
Thuiswonende kinderen willen voornamelijk verhuizen om zelfstandig te gaan wonen en/of om te gaan samenwonen met een partner.
Zo mag je ook niet meer samenwonen zonder getrouwd te zijn en zijn er meerdere Shariah regels ingevoerd.
Al gauw ging het stel samenwonen en kondigden zij vorig jaar september aan dat Steffi in verwachting was van hun eerste kindje.
En samenwonen op ongeveer 45 vierkante meter - want zo groot is het uiteindelijk nog - dat lukt prima.
Als meer mensen gaan samenwonen, zijn er minder woningen en is minder energie nodig en wordt er ook minder stikstof uitgestoten.
De eigenzinnige en onverschrokken Bleeker trouwde niet, maar ging samenwonen én begon een bedrijf.
Zij zullen in de kloostervleugel een woning realiseren waar tien volwassenen met een beperking kunnen samenwonen met een zorgkoppel.
Het samenwonen van de twee vrouwen verandert in een meedogenloos spel van identiteitsverandering.
Veelvoorkomende combinaties met samenwonen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- gaan samenwonen 54×
- samenwonen met 34×
- gaat samenwonen 15×
- samenwonen en 14×
- samenwonen in 14×
- het samenwonen 9×
- ging samenwonen 8×
- samenwonen is 7×
- of samenwonen 6×
- samenwonen op 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "samenwonen" in een zin?
Wat betekent "samenwonen"?
Wat zijn synoniemen van "samenwonen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "samenwonen" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord samenwonen. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl