Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Samenwonend.
Synoniemen van Samenwonend
Voorbeeldzinnen (20)
Ongeveer 8 procent van de huishoudens bestaat uit eenoudergezinnen, 23 procent was samenwonend/getrouwd zonder kinderen en 24 procent samenwonend/getrouwd met kinderen.
Dus: ouders van een nieuw samengesteld gezin, een ongehuwd samenwonend koppel en een homopaar mogen geen seks hebben.
Aan de tegengoals in de met 0-3 verloren thuiswedstrijd kon de Leusdenaar, tegenwoordig samenwonend met vriendin Zoë in Amersfoort, niet al te veel doen.
Dat er een voordelige regeling bestaat in de vorm van fiscaal partners voor de inkomstenbelasting, maakt niet dat je dan maar als samenwonend stel als één belastingsubject mag worden gezien.
Ik heb dus 2 collega's die binnen hun vaste relatie (1 huwelijk, 1 langdurig samenwonend) min of meer gedwongen abortus hebben gepleegd.
Mikhael Niemba Suka en Iris Leerdam, allebei 29 jaar en samenwonend in Antwerpen, speelden 3.982 euro bij elkaar.
Bovendien kunnen ook mensen die niet op hetzelfde adres staan ingeschreven, maar wel vaak op hetzelfde adres verblijven, beschouwd worden als samenwonend.
Maar Yussuf een blok verderop, samenwonend met zijn gescheiden vrouw en dus twee uitkieringen, heeft wel een nieuwe auto gekocht hoor!
Samenwonend, maar niet getrouwd?
Vandaag Anna Kooijman (58, samenwonend met Marcel en werkt als praktijkbegeleider) die op Splinter stemt.
De rechten van uitkeringsgerechtigden (al dan niet samenwonend met andere overheids-uitkeringsgerechtigden) laten we ook maar even buiten beschouwing.
Hij was samenwonend en had drie kinderen.
Ten opzichte van de zeven andere sociale milieus is men minder vaak gehuwd of samenwonend.
Ze overleed, nog steeds samenwonend met Louis Aragon, in 1970 aan een hartaanval.
Samenwonend zonder kinderen, hoekwoning van een rijtjeswoning, op eigen kosten geïsoleerd met € 0,- subsidie.
Oh ja, ik ben wit, man, in NL geboren (net als mijn grootouders) en gelukkig samenwonend.
Als ze kinderen hebben, worden ze fiscaal bevoordeeld ten opzichte van gezinnen waarvan de ouders gehuwd of wettelijk samenwonend zijn.
Door mijn huiselijke situatie (samenwonend met sportfanaten) ben ik beter op de hoogte van sportfeiten dan strikt noodzakelijk voor een vrouw van 42 met een absolute desinteresse in sport.
En de anderhalve man en een paardenkop die met een Nederlandse getrouwd is (Turkse of Marokkaanse vrouwen gehuwd of samenwonend met een Nederlandse man komt vrijwel niet voor) gedraagt zich negen van de tien keer naar buiten toe alsof hij dat niet is.
Uit het onderzoek blijkt voorts dat de gemiddelde Vlaamse marktkramer 47,5 jaar oud is, laag tot gemiddeld geschoold en samenwonend.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl