Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Samenwoon.
Samenwoon
Gerelateerde woorden
Voorbeeldzinnen (7)
En als de Liefde Van Mijn Leven, met wie ik gehuwd samenwoon, niet om allerlei zeer geldige redenen zo afhankelijk was van de stad, was ik er al 15 jaar geleden teruggekeerd.
Nu ik samenwoon met mijn ongelovige vriend zal dat voorlopig ook niet veranderen.
De Sociale Verzekeringsbank heeft mij gekort op mijn AOW omdat ik nu 'samenwoon'.
Ik ben verhuisd naar Harderwijk, waar ik nu samenwoon met mijn vriend Jaap en ons zoontje Mex.
Sinds ik samenwoon is dat minder, want tegenover het vriendje ben ik altijd dezelfde.
Mijn vriendin Joke, met wie ik samenwoon, is geen anarchiste, over het algemeen zit ze in de D66 hoek.
Reispartner is tevens mijn levenspartner, Sander, de man met wie ik al 15 jaar samenwoon, met wie ik lief en leed deel.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl