Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schaamt.

Voorbeeldzinnen (20)

En dat dat vet dan naar buiten kijkt en ziet dat die persoon ook nog rookverslaafd is, en dat dat vet zich dan schaamt, zich heel erg schaamt?

Wie zich schaamt, sterft van de honger.

Marc schaamt zich om de vergissing.

Hij schaamt zich er niet voor dat hij arm is.

Hij schaamt zich voor zijn lijf.

Ze schaamt zich voor wat ze heeft gedaan.

Hij schaamt zich er niet voor dat zijn vader arm is.

Tom schaamt zich.

Mijn zoon schaamt zich voor zijn gedrag.

Tom schaamt zich niet voor wat hij deed.

Sami schaamt zich echt.

Waarschijnlijk schaamt ze zich voor haar woning.

Ik ga naar de club, kijken of ik erachter kan komen waar hij zich voor schaamt.

Men schaamt zich niet langer.

Nee, je schaamt je niet of nee, je hebt niets voor mij?

Algemeen directeur Wouter Gudde schaamt zich na de van FC Groningen uit de Eredivisie.

Als je dat doet, denken wij bovendien dat je je schaamt voor je kale knikker, en dat is nergens voor nodig.

Alsof hij zich schaamt dat hij zijn persoonlijk leed deelt.

Alsof ze zich een beetje schaamt.

De boodschap is uiteindelijk je schaamt je voor jouw kleur en de verantwoordelijkheid ligt bij de andere kleur.