Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Scharrelden.

Scharrelden

Voorbeeldzinnen (15)

Het geld voor de boottocht, een slordige 4.100 euro, scharrelden ze met leningen bij elkaar.

Varkens, alleseters als ze zijn, scharrelden hun kostje nog wel bij elkaar, maar stierven wel aan anthrax (miltvuur).

De kippen scharrelden rond, honden sliepen in de zon.

Hij nam het op voor de zorghelden, die tegen een schijtsalaris 24/7 rond de piepende patiënten op de IC scharrelden.

Met vrijpostige liedjes scharrelden kinderen én volwassenen een feestmaaltijd bij elkaar.

Alleen de vogels die op de grond scharrelden, wisten de catastrofe te overleven.

De vrijmarkt die voor het eerst in het Stadswandelpark werd gehouden oogstte succes: ongeveer 10.000 mensen scharrelden tussen het groen tussen de kleedjes en kraampjes.

Tot voor kort scharrelden zulke setjes vooral rond in de showbizz, maar het woord is inmiddels alledaags geworden.

Er staat beschreven dat koeien en paarden vroeger in de wei liepen, kippen op het erf scharrelden en varkens in de modder rolden.

Toch scharrelden de Vlaamse dagbladen een flinke portie medianieuws bijeen.

De vrienden scharrelden ontheemd rond met bakjes plakrijst.

Ze zijn 4 en 2, hun ouders zijn dood, en ze scharrelden ‘onder erbarmelijke omstandigheden’ rond in een Koerdisch kamp.

Ze zwommen voorbij het groene bordje 'No Bathing', voorbij wat brood pikkende eenden die scharrelden aan de waterkant, een man die op het gras lag te slapen, wat ronddobberende fotografen.

Ze scharrelden met de meisjes uit de buurt.

Een paar kippen scharrelden op de wei.