Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schenk.

Schenk

Voorbeeldzinnen (20)

Van links naar rechts: Tilly Schenk, de moeder van Mimi die hier zelf op de stoel staat, oma Francien Schenk-van Brink en overgrootmoeder Geertrui van Brink-Schenk met op haar schoot Alex, de oudste broer van Mimi.

De aanslag mislukte en Schenk vluchtte per boot terug; de boot zonk echter en Schenk kon vanwege zijn zware harnas niet zwemmen en verdronk.

Schenk de mensen een mens als vriend en deelgenoot, en schenk ons allen Uzelf, Vader, Zoon en Heilige Geest.

De Ard Schenk Award is een schaatsprijs vernoemd naar oud-langebaanschaatser Ard Schenk.

Schenk nu de tomatensaus bij de garnalen in de pan en schenk de gevogelte- en visfond erbij.

Schenk de hete koffie erop, roer het goed door en schenk het in 4 koppen.

De vermindering is het minst van de in het buitenland geheven schenk- of erfbelasting en de schenk- of erfbelasting die in Nederland verschuldigd zou zijn.

Sinds de Stauffenbergers bij de graven van Zollern het erfelijke ambt van hofschenker (Duits: Schenk) bekleedden, werd de geslachtsnaam uitgebreid tot Schenk von Stauffenberg.

Schenk hem een glas bier in, alstublieft.

In Japan schenk je je eigen bier niet in; iemand anders doet het voor je.

Schenk geen aandacht aan wat je vader zegt.

Schenk ons wat in!

Schenk jezelf nog een drankje in!

Schenk uzelf nog een drankje in!

Schenk uzelf nog wat in!

Schenk jezelf nog wat in!

Schenk me er nog een in, of beter, geef me de hele fles.

Ik schenk u 'n glas in.

Vooruit, schenk jezelf een ander drankje in.

Maar verbrandt het niet, schenk het vlak voor het kookpunt.