Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schnabbelde.

Schnabbelde

Schnabbelde | Schnabbel | Schnabbels | Schnabbelen

Voorbeeldzinnen (5)

Hij schafte er zelf een aan en schnabbelde ook bij als organist.

Ooit, in een grijs verleden toen hij nog reisverzekeringen verkocht bij een bank, schnabbelde Jan Slagter wel eens wat bij door op een kookplaatje in een archiefkast hamburgers te bakken en deze te verkopen aan zijn collega’s, hij vorig jaar.

Schnabbelde er flink wat bij met lezingen en kreeg zelfs prijzen vanwege zijn goede plannen.

Ook schnabbelde hij wat bij voor de Glasgow Herald.

Brard verdient alleen al dit jaar naar verwachting meer met haar corrigerende ondergoedlijn dan dat Paay in totaal met haar collectie bij elkaar schnabbelde: een ton plus dus.