Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Schoffie.

Schoffie

Schoffie | Schoffies

Schoffie betekenis

een arme, jonge man met een licht criminele inslag

Synoniemen van Schoffie

Voorbeeldzinnen (9)

Voor die school hadden die straat schoffies wel respect en degene die er uit kwamen werden nooit meer straat schoffie.

Met zo'n schoffie ga je niet in debat, niet in gesprek, daar hecht je geen enkel respect aan, die schuif je zo de afvalbak in.

Waar kan zo'n schoffie uit kiezen tegenwoordig?

Bij zo'n schoffie moet wel sprake zijn van doorgestoken kaart, is al snel de conclusie, en Jamal wordt gearresteerd.

In Ik Jan Cremer was te lezen hoe hij van jongsaf aan een verschoppeling was, een schoffie dat opgroeide voor galg en rad.

Welnee, Dreetje stond als schoffie van 6 al op de Albert Cuypmarkt te zingen op een trapje, voor een zakcentje.

De in Rotterdam geboren Piet Bakker schreef over het Amsterdamse schoffie in 1942.

Onrustig, impulsief en charismatisch: het jonge schoffie Capa bezit al veel van de die hem later beroemd zullen maken.

Twintig jaar geleden kwam Manetta als twintigjarig schoffie uit de Bronx naar Miami Beach om zijn fortuin te maken.