Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Schor.

Schor

Schor betekenis

kwelder, onbedijkt stuk drasland bij regelmaat blootstaande aan zilte overstroming

Synoniemen van Schor

Voorbeeldzinnen (20)

Dit is het einde van de schor waar er kliferosie optreedt: de schor komt er samen met slik voor en is duidelijk afgebakend door een klif.

Hij schreeuwde zich schor.

Ik ben een beetje schor.

Ik ben nogal schor de laatste tijd.

Kelen zongen zich schor, slechts verdoofd door bier dat rijkelijk uit de tapkranen vloeide.

Siouxsie was schor, klaagde over de hitte, zong zonder ziel.

Al klinkt hij een beetje schor.

Baas boven baas qua schor!

Dit waren shownummers zonder belang die de afscheidsavond mee vorm gaven en de fans de kans gaven nog eens hun keel schor te krijsen telkens Keisse aan de bak kwam.

Een volgelopen Oude Kwaremont, zich schor schreeuwend naar landgenoten op weg naar Oudenaarde, hopend op een Belgische overwinning.

Daar schiepen zich de Zeeuwen, uit schor en slik hun land.

Dat arme beest is ondertussen schor.

En de imam die het allemaal geregeld had was helemaal schor van zijn geschreeuw.

In Engeland zingen ze de kelen alweer schor op de klanken van de Lightning Seeds, David Baddiel en Frank Skinner.

Omdat ze hoesten, niezen, schor zijn, etc. Niet een ' random sample' van de bevolking.

Dat maakt je vaak ook dood en doodmoe, je stem schor, je geduld en werkplezier allang op.

De burgemeester van Lansing, Andy Schor, zei teleurgesteld te zijn in de demonstranten, omdat ze geen afstand hielden tot elkaar.

Je keel schor zingen en roepen bij de après-ski of bij het carnaval blijkt heel effectief.

Schor en hees zijn de zwarte mannen die de demonstranten blijven aanvuren.

Terwijl Merkel nog maar eens haar benen spreidt en Rutte zich schor lacht.