Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schorren.

Schorren

Schorren | Schorrengebied | Schorr

Voorbeeldzinnen (20)

In de toekomstvisie van de terreinbeheerder zal er een groot aantal terreintypen ontstaan van opgaand loofbos, dichte rietoevers, ruige halfopen schorren, kortgrazige open schorren en drassige oeverzones tot open water.

Schorren zijn op hun beurt dan ook weer belangrijk omwille van vogels die er broeden (veel gebieden met slikken en schorren vallen onder de EU vogel en habitat richtlijn en zouden dus beschermd moeten zijn, zoals het Verdronken Land van Saeftinghe ).

De noordelijke schorren waren eigendom van de familie Thomaes en de zuidelijke schorren waren eigendom van de Staat.

De drie schapen vertegenwoordigen de drie schorren waaruit het eiland Dreischor ontstaan zou zijn.

De Schorren hebben een lange reputatie als een van de meest interessante vogelgebieden van Texel.

De schorren ter plaatse van het eiland werden echter door de zee weer verhoogd en vanaf 1549 konden deze weer worden verpacht aan schapenhouders.

Dit fort lag oorspronkelijk tussen de schorren van de Eendracht ( ).

Er zijn verschillende habitattypen in het gebied te vinden: duindoornstruwelen, vochtige duinvalleien, schorren en zilte graslanden en pioniersbegroeiingen.

Het gebied van De Schorren vormt een eenheid met de aangrenzende slikken van de Vlakte van Kerken die ongeveer 5.400 ha beslaat.

Het geel staat voor het zand van de slikken en schorren waaruit ze door bedijking zijn voortgekomen.

Het verst in ontwikkeling is het bos op de overgang van de schorren naar de voormalige zeedijk.

In 1711 kreeg Mr. Huybertus Stoutenburg, ambachtsheer van Campens-Nieuwland het octrooi voor de bedijking van enkele schorren.

In de nacht van 9 oktober werd een militair in de schorren bij de Woensdrechtse kaai gedood.

Op 13 december 1656 kregen de Ambachtsheren van Geersdijk en Wissenkerke en Oud- en Nieuw-Campen het octrooi voor de bedijking van enkele schorren ten westen van het eiland.

Op 25 februari 1817 kregen de Ambachtsheren van Geersdijk en Wissenkerke en Soelekerke en-Oud-Kampen het octrooi voor de bedijking van enkele schorren ten zuiden van het eiland.

Rond het begin van de 17de eeuw lagen aan de oostkant de moerassen en schorren van Windgaete en Scaerte die nadien volledig onder het zand verdwenen.

Voorheen was dit een gebied van schorren, met aan de toenmalige kust een smalle duingordel bestaande uit onvruchtbaar zand, waar de naam Zandstraat nog aan herinnert.

Zo ontstond een duidelijk hoogteverschil, tot wel een halve meter, tussen oorspronkelijke schorren en getijdengeulen.

Het water vormde kreken en killen die door de getijdenwisselingen slikken of zandbanken opwierpen die op hun beurt aangroeiden tot met riet en biezen begroeide schorren.

In de kreken viste men op zalm en de producten van de schorren werden geoogst door rietdekkers en biezenvlechters.