Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schortje.
Voorbeeldzinnen (15)
De opening ging ook gepaard met enkele workshops zoals buttons maken en het personaliseren van een schortje.
Of zit je nu lekker thuis te werken onder moeders schortje met een latte macchiato?
Hieronder werd een blauwe of bruine rok gedragen en daaroverheen een zwart satijnen schortje.
Josientje draagt doorgaans een rood kleedje met een wit schortje voorgebonden, witte sokjes en dito schoentjes.
Had hij ook een roze schortje voor a la Queen.
Hij stond met een schortje voor neuriënd te kokkerellen.
Ooit was ze verrukt van taarten bakken en dook ze regelmatig de keuken in met een schortje en de deegroller.
Nergens, in geen enkel gezelschap zou hij zich ooit volledig thuis voelen, dacht Joost, terwijl hij een volgend glas wijn van een dienblad griste en het meisje in een zwart jurkje en witkanten schortje omstandig bedankte.
Opvallend zijn ook de opgewekte anachronismen als Jezus die in spijkerbroek met een lullig roze schortje de afwas doet met Martha en Maria.
Dat is niet alleen het geval in kinderboeken, maar bijvoorbeeld ook op reclameborden van slagers, waarop lachende biggen met een schortje voor zich lijken te verheugen op hun slacht en verwerking.
De kinderen krijgen een schortje voor.
Maar in sommige “ouderwetse” apotheken zie je de apothekersassistenten nog wel eens in een schortje of jas rondlopen.
Wel Hans wat schortje datje mijn zoo nijver an ziet?
Deze stenen stopt Hans ook in zijn zak en Grietje laadt haar schortje vol.
Deze stenen stopt Hans in zijn zak en Grietje laadt haar schortje vol.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl