Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schoutambt.

Schoutambt

Schoutambt | Schoutambten

Voorbeeldzinnen (20)

Dat Den Ham een belangrijke kern in het schoutambt was blijkt uit het feit dat er na 1685 ook wel van het schoutambt Ommen en Den Ham wordt gesproken.

Dat Den Ham tot een belangrijke kern in het schoutambt groeide blijkt uit het feit dat er na 1685 ook wel van het schoutambt Ommen en Den Ham wordt gesproken.

Adriaan van Blyenburg, tot dan toe schout, had inmiddels het schoutambt neergelegd, het bloedvergieten werd hem te veel.

Heteren viel als schoutambt onder de Over-Betuwe met Randwijk als dorp daarbinnen.

Omdat de heren van Chalon sinds 1294 het vicegraafschap en het schoutambt als erfelijk aartsbisschoppelijk leen behielden zij grote invloed op het bestuur.

Vanaf de tweede helft van de 12e eeuw werden leden van het geslacht ter Aa vernoemd die het schoutambt van Utrecht bekleedden.

Zij vormden vroeger het schoutambt Wanneper- en Dinksterveen, die als spreuk Lux lucet in tenebris voerde.

De voormalige marke van Avereest was in vroegere eeuwen een deel van het schoutambt Ommen en Den Ham.

Deze familie woonde sinds 2 juli 1821 in Dreumel, want op die datum werd Ruth Schreeven door schout Meijnhard van het Schoutambt Dreumel benoemd tot schoolonderwijzer.

Bovendien werd hij door koop in 1767 nog eigenaar van de havezate Hogenhof te Welsum in het schoutambt Olst.

De marke Lenthe lag in het schoutambt Dalfsen en werd begrensd door de marken Heino, Dalmsholte, Rechteren en Millingen, Ommen, Wythmen en Zuthem.

Het schoutambt is een lokale bestuursvorm uit het Ancien Régime.

Binnen de schoutambt was de schout de belangrijkste bestuurder.

De directe voorloper van de gemeente Rheden ontstond in 1573 toen de schoutambten Velp en Rheden samengevoegd werden tot het schoutambt Rheden.

Het vroegere schoutambt Bathmen werd in 1811 () een gemeente.

Honderd jaar later, op 10 juni 1438, verleent bisschop Rudolf van Diepholt aan 'de parochianen van Paesloe' het recht tot instelling van een zelfstandig schoutambt en het recht twee jaarmarkten en een weekmarkt te houden 'in de Oldemarck'.

In 1813 werd Bredevoort een zelfstandige gemeente en schoutambt.

Koning Rudolf (1273-1291) verleende de heren van Andlau het stadhouderschap van de rijksburcht en het schoutambt van Andlau.

Op 1 januari 1812 werd het vroegere schoutambt wederom gescheiden en kreeg elke gemeente een eigen "mairie" (gemeenteraad).

Vanaf de 2e helft van de 12e eeuw werden leden van het geslacht ter Aa vernoemd die het schoutambt van Utrecht bekleedden.