Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Scooteren.

Scooteren

Voorbeeldzinnen (7)

Hij wil in ieder geval niet zelf scooteren.

Surveilleren doen ze vooral in het weekend ’s avonds en ’s nachts, doordeweeks rijden, scooteren en fietsen ze op veelal door de middenstand gedoneerde voertuigen „steekproefsgewijs” in de wijk.

Dus scooteren op een fietspad valt in het niet, vroeger mocht dit wel en nu niet meer.

In mijn helft van de stad zijn er nog 6 kleine stukjes fietspad waar je mag scooteren.

Het is duidelijk dat het fietsen en scooteren op het winkelcentrum opnieuw tot problemen heeft geleid.

Onze eerste scooter duik zou bestaan uit het ervaren hoe het nou is om simpel weg door een gang te scooteren.

We scooteren zo enkele kleine rondjes in de poel van de grot, tot groot vermaak van de omstanders.