Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Secretarie.

Secretarie

Secretarie betekenis

bureau waar het administratieve werk voor een publiek lichaam (bijv. een gemeente) wordt verricht

Voorbeeldzinnen (20)

Om te tonen dat het hem menens was, liet De Beyer een advertentie in de Schager Courant plaatsen waarin hij de (ruime) openingstijden van de secretarie bekendmaakte.

Een ambtenaar ‘ter secretarie’ werkte een gedetailleerd plan uit, waarbij (op papier) niets aan het toeval werd overgelaten.

A bij de dienst Algemene Zaken van de secretarie van de gemeente Beverwijk.

Begin 1935 werd hij daar ambtenaar ter secretarie waarna hij het via promoties in de loop der jaren in maart 1956 bracht tot gemeentesecretaris van Schaesberg.

Daarna was Van Welie werkzaam als volontair ter secretarie te Renkum.

Daarvoor was de secretarie in een kamer van het gemeentehuis van Heemstede.

Dit bestond uit een raadkamer, een secretarie, een kabinet -schrijfkamertje-, een wachtkamer, een bergplaats, een cachot -gevangeniscel- en een vestibule.

Eind 1937 volgde hij tijdelijk de referendaris bij de Gouvernements-Secretarie en midden 1938 werd hij daar als referendaris benoemd.

Het geheel was in de zeventiende eeuw in het bezit gekomen van Johan Cunes, commies ter Secretarie van de Staten-Generaal.

Het Wapen twee kamers ter beschikking als secretarie.

Hij begon zijn ambtelijke loopbaan in 1899 op de secretarie van Spijkenisse.

Hij was begin jaren 20 volontair bij de gemeentesecretarie van Genemuiden en werd daar in 1925 ambtenaar ter secretarie.

In 1739 werd hij koopman en geheimschrijver van de secretarie, twee jaar later werd hij bevorderd tot tweede secretaris, en in 1747 tot eerste secretaris van de "Hoge Regering" te Batavia.

In 1858 werd hij ambtenaar bij de secretarie van Rotterdam.

In 1919 werd hij aangesteld als ambtenaar bij de secretarie van de gemeente Spijkenisse.

In 1921 volgde Jan diens vader op en in oktober 1946 werd Piet Commandeur, destijds ambtenaar ter secretarie in Wognum, de opvolger van zijn vader.

In 1933 werd hij volontair bij de gemeente Oud-Beijerland waar hij later ambtenaar ter secretarie zou worden.

In 1938 werd hij er benoemd tot eerste ambtenaar ter secretarie en tevens tot waarnemend gemeentesecretaris.

Uiteindelijk is het pand aan de Oude Delft in 1968 verworven door de gemeente Delft voor huisvesting van de afdeling Interne Zaken van de gemeente-secretarie.

Vervolgens werd hij volontair bij de gemeentesecretarie van Heerlen waar hij in 1935 benoemd werd tot ambtenaar ter secretarie.