Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Semiprof.

Semiprof

Semiprof betekenis

iemand die enige opleiding heeft voor en enige inkomsten heeft uit een bepaalde activiteit, vaak gaat het over sporters

Voorbeeldzinnen (10)

De Belgische toprefs die als semiprof nationaal én internationaal fluiten kunnen in een maand met veel opdrachten tot 10.000 euro verdienen.

Geels werd in de jaren zestig via de Haarlemse amateurclubs DSS en Onze Gezellen eerst semiprof bij Telstar en kort daarna als jong broekie fullprof bij Feyenoord.

Het merendeel van de spelers van de club is semiprof.

Is het laatste niet het geval, dan wordt de voetballer semiprofessioneel (vaak afgekort tot semiprof) genoemd.

Daar zit ‘ie dan, vol met plakplaatjes op de armen als de eerste de beste semiprof van Telstar of De Graafschap.

Lambrechts ziet als semiprof behalve een wedstrijdvergoeding van 1.900 euro ook zijn maandverloning van 2.000 euro door de neus geboord.

Helling was semiprof en had daarbij een baan als bedradingsmonteur.

In Nederland en België ben je semiprof en Italië fullprof.

Mijn favoriete semiprof is Koos Kuut, in een ver verleden voorstopper van Telstar.

Hierdoor toonden diverse Limburgse semiprof-ploegen interesse om hem in te lijven.