Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Sjouwer.

Sjouwer

Sjouwer betekenis

iemand die beroepsmatig zware lasten verplaatst

Synoniemen van Sjouwer

Voorbeeldzinnen (7)

Eentje klom er op van tot sjouwer naar knecht tot vazal en handlanger, voor 10 cent meer per maand.

Zie in de bouw,zie je daar een negré werken,misschien als sjouwer,.

Hij had verschillende banen; hij was melkboer, sjouwer in de haven.

Gehuwd op 28‑jarige leeftijd op sjouwer, zoutziedersknecht.

Hij is sjouwer in de haven.

Van bewindhebber tot sjouwer.

Hoewel iedereen nieuwsgierig is naar de reden, zwijgen allen, zoals ze beloofd hebben, maar de kalief weet de sjouwer te overreden hun belofte te breken.