Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Skinken.

Skinken

Skinken | Skink | Skinkers

Skinken betekenis

een familie van hagedissen (Lacertilia)

Voorbeeldzinnen (20)

Afrikaanse blinde skinken (Typhlosaurus) zijn een geslacht van skinken (Scincidae).

Slanke skinken (Leiolopisma) zijn een geslacht van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae).

Net zoals hagedissen uit andere families kunnen skinken de staart afwerpen bij gevaar, om zo te ontsnappen aan de vijand, de staart groeit later weer aan ( autotomie ) Skinken komen overal ter wereld voor, maar alleen in warmere streken.

Vandaag de dag zijn er ongeveer 1740 soorten skinken erkend.

Alle soorten hebben een relatief zeer korte staart, in tegenstelling tot de meeste skinken.

Als ze een ander mannetje tegenkomen wordt vaak gevochten waarbij de skinken elkaar bijten.

De gehooropeningen zijn vrij klein, ze hebben geen lobachtige schubben zoals bij verwante skinken voorkomt.

De habitat bestaat uit begroeide gebieden, vaak bij water in de buurt want de skinken zijn waterminnend en worden regelmatig in het water aangetroffen.

De pijnappelskink is van alle soorten skinken gemakkelijk te onderscheiden aan de staart.

De skinken zijn uit elkaar te houden door de verschillende schubben aan de kop en op het lichaam.

De smaragdskink leeft als uitzondering op de meeste skinken in bomen en hoge struiken, het is een goede klimmer.

De soorten uit dit geslacht worden groter dan andere soorten skinken, van Oligosoma homalonotum is bekend dat een lichaamslengte tot 30 centimeter kan worden bereikt.

De vetvoorraad wordt aangesproken tijdens de koude wintermaanden als de skinken veel moeten schuilen en niet kunnen eten.

De wetenschappelijke naam Brasiliscincus is dan ook te vertalen als Braziliƫ-skinken.

Er zijn wel meer soorten skinken die deels of grotendeels van planten leven maar deze soort is de enige bekende skink die uitsluitend plantendelen eet.

Het is een van de weinige soorten skinken die geluiden kan voortbrengen.

In tegenstelling tot de meeste skinken is het geen bodembewoner maar juist een boombewonende hagedis die graag in bomen klimt.

In verstedelijkte gebieden waar graszoden zijn aangelegd kunnen de skinken niet goed meer graven vanwege de vele plantenwortels.

Net als andere skinken heeft deze soort een relatief lange staart, gladde schubben en een rolrond lichaam met relatief kleine pootjes.

Osteodermen komen ook bij andere hagedissen voor, maar bij de skinken is onder iedere schub een aantal kleine beenplaatjes aanwezig, zodat het geheel veel flexibeler en steviger is.