Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Skipak.
Skipak betekenis
een strak om het lichaam zittend pak geschikt om in te skiën ter bescherming tegen kou en wind
Voorbeeldzinnen (12)
Boven de poolcirkel komen de toeschouwers in skipak naar de wedstrijden, de gevoelstemperatuur ligt onder nul graden.
Ho ho, ik heb mijn skipak Oranje 88 nog.
Hij trok zijn skipak aan en verdween aan de horizon.
Voor 400 Euro kan ik wel een skipak kopen.
Ook Schiavon heeft zijn skibril al op het voorhoofd, muts op en zwart skipak aan.
Een rood skipak trouwens ook enzv.
Wie slim is, heeft hierop geanticipeerd, door geen skipak uit één stuk aan te trekken.
Een moeder trekt haar dochtertje, een pop in een roze skipak, op een sleetje achter zich aan.
Normaal is het Kim die daarin het voortouw neemt, maar zij werd deze keer enkel gespot in een felroze skipak van Prada.
Dorpsbewoners die terugkomen van hun werk in het naburige Klosters, vakantiegangers in skipak met de latten of de snowboard op de schouder, en een handvol mannen van middelbare leeftijd die er allemaal ongeveer hetzelfde uitzien.
De jongeman in het opzichtige skipak heeft met zijn rug naar het publiek een sensuele kreunact ten beste gegeven.
Zo heb ik haar een keer in een skipak gehesen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl