Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Sleutelbeenderen.

Sleutelbeenderen

Voorbeeldzinnen (18)

Andere bij Jobaria gevonden onderdelen die zelden bewaard blijven, zijn de sleutelbeenderen en de buikribben.

De sleutelbeenderen zijn niet vergroeid en moeten elkaar geraakt hebben met een taps toelopende punt.

In 2013 stelde een studie echter dat Hatchers vondsten interclavicula betroffen en dat de werkelijke sleutelbeenderen L-vormige botten zijn, bekend van sommige diplodociden.

Tussen de sleutelbeenderen bevindt zich een klein os interclaviculare.

De lange sleutelbeenderen zijn verbonden via een os interclaviculare.

Ook de sleutelbeenderen, het kaakgewricht, de schouders, de elleboog, de pols, de duim en de vingers kunnen met deze methode worden gecorrigeerd.

De sleutelbeenderen ontbreken of zijn volledig vergroeid met het sternum.

De sleutelbeenderen zijn tamelijk krachtig gevormd met een brede gezamenlijke middensectie, een basaal kenmerk.

De vorm van het basisfenoïde, de schouderbladen en de sleutelbeenderen zou identiek aan die van basale vogels zijn.

Het gewicht rust nu op de borst of de sleutelbeenderen, daarna richt de atleet zich door strekking van de benen op.

Sleutelbeenderen zijn onbekend; bij een enkele groot exemplaar zijn verbeende kleine driehoekige borstbeenderen gevonden; normaliter waren die kennelijk in de vorm van kraakbeen aanwezig.

Van de schoudergordel maken boven vooraan ook twee verbindende lange en slanke sleutelbeenderen deel uit en daarboven een verbindend interclaviculare dat bij vroege soorten groot en driehoekig is, bij Jurassische vormen klein en T-vormig.

M. anyuensis verschilt van M. youngi door een lengte van eenentwintig meter, gevorkte chevrons in de staart, de vondst van sleutelbeenderen, en een zitbeen dat bovenaan breed is en onderaan smal.

Russell dacht nog dat hierin de sleutelbeenderen niet vergroeid waren maar apart bleven.

Sleutelbeenderen zijn onbekend; bij een enkel groot exemplaar zijn verbeende kleine driehoekige borstbeenderen gevonden; normaliter waren die kennelijk in de vorm van kraakbeen aanwezig.

Verbeende sleutelbeenderen zijn nooit bij de ceratopiden aangetroffen.

Vogels hebben een enkel element, het vorkbeen of de furcula, dat vermoedelijk ontstaan is uit een versmelting van de twee sleutelbeenderen.

Zo worden de twee sleutelbeenderen verbonden door een bot dat ontbreekt bij andere zoogdieren, maar wel voorkomt bij reptielen en vogels.