Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Sliep.

Sliep

Voorbeeldzinnen (20)

Ze sliep niet en ik sliep niet.

Meestal sliep ze wel weer verder, maar soms was ze gewoon klaar wakker en sliep ze pas om 7 uur weer.

Niet dat JG, die ontzettend moe was, daardoor beter sliep, integendeel, hij sliep niet tijdens zijn eerste slaapbeurt van half 9 tot half 1, ook niet toen ik hem wat extra tijd cadeau gaf.

Als ik sliep, sliep Chinouk bovenop mijn zij, als ik ging douchen, ging ze op het bedkamerkastje zitten en gluurde ze over het douchegordijn heen.

Na haar terugkeer sliep ze terug in de kamer waar ze eerst sliep, opnieuw samen met Joyce.

En als hij moe was, sliep hij in haar schaduw.

Dima sliep met 25 mannen in één nacht en bracht ze daarna om het leven.

Het stoorde mij dat ze nog sliep.

Toen Marko kwam, sliep ik.

De jongen sliep acht uur.

De baby sliep.

Hij sliep een uur.

Hij zag eruit alsof hij sliep, maar eigenlijk was hij dood.

Ik sliep om tien uur 's avonds.

Toen je belde, sliep mijn tweelingbroer al enkele minuten.

De kat sliep op de tafel.

Hij sliep bijna.

Ik dacht dat Tom sliep.

Ik sliep met mijn kleren aan.

Hij sliep acht uur aan een stuk.